Bange boer/herbergier

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Bange boer/herbergier

Bange boer/herbergier

Door Allie Barth.

 

Het zal je maar gebeuren, als dertigjarige boer annex herbergier in Sint Kruis. Je wordt wakker in een donkere januarinacht 1924 en daar is men bezig je kolenvoorraad te stelen. Marcel Buijck werd wakker die nacht en hoorde dat er in zijn stal grenzend aan de slaapkamer met een schop gewerkt werd. Hij maakte zijn vrouw wakker en stapte met haar uit bed. De laatste ging voor het raam staan, de man pakte zijn eenloopsjachtgeweer, liep naar de verdieping en keek daar door het raam dat op de schuur uitzicht had. Hij zag een hem onbekend manspersoon, die een zak steenkool op een kruiwagen zette en in de richting van St. Laureijns ervan door ging.

 

Marcel ging terug naar zijn vrouw in de slaapkamer, overlegde een vijftal minuten met haar, wat vermoedelijk betekende dat zij hem tot daden aanspoorde. De man ging daarop manhaftig naar buiten en schoot in de lucht. Er was niemand te zien en daarom schoot hij nog een keer. Toen kwamen de buren naar buiten. Marcel liep naar de plaatselijke politieman en maakte hem wakker. Een onderzoek in het donker leverde niets op. Er was geen signalement van de dader te geven. De boer/herbergier schatte dat hij rond 75 kilo kolen kwijt was. Een dag later hoorde de politieman de vrouw. Deze verklaarde dat ze wakker werd gemaakt door haar man, maar eerst wilde ze het niet geloven dat er kolen gestolen werden.

 

Toen ze goed geluisterd had, moest ook zij tot de conclusie komen, dat er iemand in de schuur bezig was. Haar man sloeg op de muur en riep: Ik zou er maar mee uitscheiden, heb je nog niet genoeg? Zij had de dader niet gezien. De politie deed onderzoek bij de mensen in de onmiddellijke omgeving, maar die konden allemaal aantonen, dat ze met de diefstal niets te maken hadden. Nergens kon men sporen van de inbraak vinden, ook niet op de slikkerige wegen, waar men de afdruk van het wiel van de kruiwagen had moeten zien. De politie concludeerde dan ook: Aangever is zeer bang, hetgeen hij ook zelf bekent en dat te St. Kruis ook algemeen bekend is. Wij vermoeden dan ook, dat hij in zijn zenuwachtigheid gemeend heeft iets te horen en gezien te hebben, terwijl er toch niets gebeurd is en dat zijn vrouw die anders nogal kalm is ook bang is geworden omdat hij zelf zo bang was en dan ook gemeend heeft iets gehoord te hebben. In heel St. Kruis, waar in 1924 zelden of nooit wat gebeurde, was er niemand die enige inlichting tot opheldering van de zaak kon geven. Met de plichtmatige zin: het onderzoek zal worden voortgezet, verdween het proces-verbaal de archiefkast in.