Alom geschutter

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Alom geschutter

Alom geschutter

Door Allie Barth.

 

Met de aanleg van ravelijnen, contrescarpen, linies van communicaties en stadswallen kon men vroeger een stad in permanente staat van verdediging brengen. 's Nachts gingen dan ook nog de stadspoorten op slot en in geval van een mogelijke aanval haalde men dan ook nog de brug naar de stadspoort op. Vrijwel alle Zeeuwse steden kenden een dergelijke verdediging, die in de loop van de negentiende eeuw grotendeels zou verdwijnen. Stadspoorten werden bijvoorbeeld gesloopt om het groter wordend verkeer een makkelijke toegang tot de stad te verlenen. Maar met die hierboven beschreven verdedigingsmaatregelen was men er natuurlijk niet. In de stad had men, als er geen militairen gelegerd waren, schutterijen. Heel vroeger vochten die als het nodig was met pijl en boog, later werden de meeste schuttersgilden bewapend met geweren.

 

Ze hadden niet alleen een taak in de stadsverdediging. Als er oproer in de stad was, werden ze ook ingeschakeld om de openbare orde te herstellen. In de negentiende eeuw verloren ze hun semi-militaire functies en werden ze gezelligheidsverenigingen, die met pijl en boog schoten op de vogel, met de liggende of staande wip en zo en waar het drankmisbruik welig tierde. Uit die tijd stamt ook het schone lied: Daar komen de schutters, daar komen ze an, de mannetjesputters van Rotterdam.... Ook de dorpen kenden voor de lokale verdediging schutterijen en die vervulden meestal dezelfde taken als de stedelijke schutterij. Zelfs Yerseke, dat dorp van vaak lastige mensen, telt heden nog een schutterij. Eenmaal per jaar houden alle schutterijen wel een koningswedstrijd voor de eigen leden.

 

De beste schutter mag zich dan een jaar met de titel schutterskoning tooien. En daar komt dan ook de uitdrukking vandaan: zo zat als een schutterskoning! Want niet alleen tijdens de wedstrijd wordt er gezopen, maar ook daarna. Onze collega, laten we hem Jan noemen, is lid van zo'n gezelschap en hij vertelde van de week vol trots, dat hij op de zesde plaats was geëindigd, daar waar hij meestal de poedelprijs verdiende. We vroegen hem: was je zolang nuchter? Maar de goede prestatie was vooral aan de uitstekende witte wijn toe te schrijven. Een andere collega, uit Yerseke afkomstig en niet een van de gemakkelijkste, vroeg belangstellend: willen jullie met de schutterij dan niet eens een keer in Yerseke komen schieten. Ook daar is een vereniging. Maar het antwoord was: ja, kom zeg, het moet wel gezellig blijven. Die andere collega baande kwaad weg. Moest-ie maar niet uit Yerseke komen, aldus onze eigen schutterskoning.