Aardappelmoeheid

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Kortgene  |  Aardappelmoeheid

Aardappelmoeheid

Door Allie Barth

 

Mensen vergeten snel. Wie weet nog hoe in juni 2000 een boer uit Ritthem zijn aardappelen gratis van zijn erf liet weghalen? De oogst van 1999 was zeer groot geweest en de prijs zeer laag. ZIjn voorraad bleek onverkoopbaar. En zullen we volgend jaar nog weten hoe duur de groenten vandaag de dag zijn? De aardappel is afkomstig van de westkust van Zuid-Amerika en is door Spaanse en Britse ontdekkingsreizigers naar Europa gebracht, resp. in 1539 en in 1602. Rond 1700 was de aardappel in de Nederlanden al veldteelt en verdrong hij langzaam aan de pastinaken en de rapen in de stamppot, die met moeskruiden de hoofdschotel vormde van het gewone volk. In de periode 1845-1847 was de aardappel al volksvoedsel nummer 1 en het was een complete ramp, dat in die jaren voor het eerst de phytophtora infestans optrad en de aardappeloogsten tot vrijwel nul reduceerde. En dat leverde overal grote problemen op. Zoals in Kortgene, waar het gemeentebestuur van de provincie de opdracht kreeg om voor 1500 gulden voedsel aan te kopen, in de vorm van erwten, tarwe, rogge, rijst en gerst voor de hongerende bevolking. Dat ging de draagkracht van de gemeente verre te boven.

 

De jaarlijkse begroting voor de gewone dingen beliep nog niet eens 1000 gulden. Om nu te voorkomen, dat de gemeentelijke inkomstenbelasting sterk verhoogd moest worden, ging men over tot het houden van collecten en het afsluiten van geldleningen bij de meest draagkrachtige inwoners. Toevalligerwijs zouden de gemeentebestuurders dan veel belasting moeten gaan betalen. Zij waren de meest draagkrachtige inwoners en om jezelf nu te tracteren op een belastingverhoging, die alleen de armen ten goede zou komen, nee, dat kon niet de bedoeling zijn. Maar de honger bij de bevolking was groot. Op last van de provincie moesten de gemeenten in Zeeland extra politiedienaren benoemen om oproer te voorkomen. Een wat menselijker maatregel was de verplichting aan de boeren opgelegd, om hun losse personeel langer in dienst te houden en ook konden deze mensen als nachtwacht dienst gaan doen. Met bedelaars moest men korte metten maken. In Kortgene deed men daaraan niet mee. De vrijgevigheid van de bevolking bleek er groot te zijn. Er was een bedrag van 1700 gulden opgehaald, waaruit de ergste nood gelenigd kon worden. De aardappelproblemen leidden in 1847 mede tot het vertrek van zeer vele Zeeuwen naar Noord-Amerika, waar zij een dijkwijls geslaagde poging zouden doen om tot een betere levensstandaard te komen.