De Ambachtsheerlijkheid Kattendijke

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Terugbladeren in Samenspel  |  De Ambachtsheerlijkheid Kattendijke

De Ambachtsheerlijkheid Kattendijke

 

RUBRIEK ‘Terugbladeren in Goes’, overgenomen uit gemeentelijk voorlichtingsblad ‘Samenspel’

1e jaargang no. 6 – december 1970

 

Door afdamming in de 12de eeuw van de Wijtvliet door de Heren van Cats, ontstond de Heerlijkheid Katsdijk of Kattendijke. De Heren van Cats waren dan ook de eerste eigenaars. Rond het jaar 1300 kwam de Heerlijkheid in het bezit van het geslacht Van Borssele. Door huwelijk van Aleid van Borssele met Jan van Heenvliet ging de Heerlijkheid over op dit laatste geslacht. Na het uitsterven van het geslacht Van Heenvliet ging het ambacht Kattendijke over op het geslacht Tuyl van Serooskerken. In 1612 kwam het door koop in het bezit van Mr. Johan Huyssen. Tot in de 20ste eeuw bleef het in bezit van dit geslacht.

 

Deze Mr. Johan Huyssen, zoon van Hugo Huyssen en Elisabeth Hanneman, werd op 4 oktober 1566 geboren en overleed te Middelburg op 14 maart 1634. Mr. Johan Huyssen was Ridder, Heer van Cattendijke, Soutelande, Warendijk, Goidschalkxoord en Monsterhoek. Hij studeerde rechten en werd daarna pensionaris te Goes. Vanaf 27 mei 1591 tot zijn overlijden in 1634 was hij Gecommitteerde Raad van Zeeland. In 1597 werd hij tot lid van de Hooge Raad van Holland en Zeeland benoemd, doch hij nam deze benoeming niet aan. Griffier der Munt was hij in 1601.  1602 werd hij Voorzitter van de Raad van Vlaanderen te Middelburg.

 

In 1599 ging hij met de Ambassadeur Cornelis van Aerssen naar Frankrijk en werd door Koning Lodewijk XIII in augustus 1610, voor zich en zijn mannelijke en vrouwelijke nakomelingen, in de adelstand verheven. Toen hij in 1616 met zijn zwager Albert Joachimi als gezant naar Engeland ging, werd hij daar door Koning Jacobus I tot Ridder geslagen. Door deze onderscheiding werd het familie-wapen met de Roos van Engeland uitgebreid.

 

Het wapen van het geslacht Huyssen van Kattendijke is samengesteld uit een blauw schild met 3 gouden leliën, twee en een, met de voeten naar het middelpunt gericht; tussen de beide bovenste leliën een rood goud geknopte en groen gepunte roos. In het midden: een zwart hartschild met gouden keper, vergezeld van drie zilveren schelpen. Helmdek: een blauw, zilver gevoerde, grote geplooide mantel, met gouden koorden en kwasten. Helmteken: een steden-kroon, waarboven een gouden lelie. De wapenspreuk luidt: Nec timide – nec tumide (Noch schroomvallig, noch vermetel).

 

Mr. Johan Huyssen bezat een grote kennis en beschikte over een enorme werklust. Hij was een groot beschermer van kunst en wetenschap. Zelf bezat hij een uitgebreide verzameling boeken en oudheden.

 

J.L. van der Valk

 

(archiefambtenaar)