Slot Oostende

Gemeentearchief
HOME  |  Thema's  |  Monumenten  |  Slot Oostende

Slot Oostende

Slot Oostende is een bijzonder onderdeel van de Goese geschiedenis. Het kasteel stamt in zijn eerste vorm uit de twaalfde eeuw en in de loop der eeuwen waren er steeds weer periodes van hernieuwde belangstelling voor het slot en zijn illustere bewoners en bezoekers. De 19e eeuw was zo’n periode waarin de oude verhalen zijn opgepoetst. Met name Jacoba van Beieren en haar belevenissen in Goes en Slot Oostende mochten zich in een grote belangstelling verheugen. Nu hebben we opnieuw een opleving.
 

Gravure kelder slot Oostende, collectie Bitter


Van het oude slot zijn in ieder geval nog over een ruimte met gewelven en op twee verdiepingen een zaal. Samen vormen ze de toren. De toren is vanaf de straat zichtbaar, maar moeilijk herkenbaar als toren. De ruimte met gewelven en de toren dateren van rond 1300. We hebben het over het oudste gebouw van Goes! Het is het enige kasteel in de gemeente waarvan nog substantieel iets van over is. Tot voorjaar 2011 was het oude slot grotendeels verstopt in het voormalig Grieks restaurant Rhodos en de voormalige bioscoop aan de Singelstraat.

Het besluit van de gemeente om de historische locatie Slot Oostende bloot te leggen is deels tot uitvoer gebracht. De oude bioscoop is in juni 2011 gesloopt. Hierdoor zijn diverse oude funderingen tevoorschijn gekomen, die nog niet eerder ergens beschreven stonden. Ook het strippen van het voormalig Grieks restaurant heeft interessante historische elementen blootgelegd. Momenteel wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd dat ons meer kan vertellen over de historie van deze bijzondere plek. Wat nu bijvoorbeeld al uit de oude fundering blijkt, is dat het slot vroeger ronde muren had. Aangezien dat later niet meer zo was, valt aan te nemen dat de oprukkende stad het terrein rechthoekig heeft gemaakt. Momenteel vindt een herontwikkeling plaats, zie onder Nieuws onderaan deze pagina.


 

Gebruik en eigendom door de eeuwen heen



Elfde tot dertiende eeuw 

In het dorp Goes uit de elfde-twaalfde eeuw zijn geruime tijd de heren Van Schenge de belangrijkste figuren. Ze dragen de titel van ambachtsheer. Grote delen van het dorp zijn hun eigendom, waaronder een terrein dat later wordt afgebakend door de St. Adriaanstraat, Wijngaardstraat, Zusterstraat en Singelstraat. Ze laten alle inwoners van Goes ergens op dit terrein een berg opwerpen, waarop een verdedigbare houten toren komt te staan. Rondom de berg ligt een gracht. Vlak daarbij bouwt men de eerste (dorps)kerk van Goes.

Maquette van de motte, Historisch Museum De Bevelanden

De heren Van Schenge worden in de dertiende eeuw tijd opgevolgd door de veel machtigere heren Van Borsele. In hun dorp Borssele hebben ze een moderner kasteel op en rond de berg aldaar gebouwd. Datzelfde doen ze nu ook in Goes: op het terrein bouwen ze in de buurt van de ouderwetse kasteelberg (motte) nu een stenen kasteeltoren, die al snel als Torenburg bekend zal worden. Ook hier omheen komt een gracht te liggen. Het gebouw bestaat uit een kelder met gewelven, een grote zaal daarboven, en daarboven een woonverdieping. De halve eeuw dat Pieter en later zijn zoon Floris van Borsele ambachtsheer van Goes zijn, vanaf het midden van de dertiende eeuw tot 1300, ontwikkelt het dorp zich voorspoedig. Ze breiden de haven uit en krijgen diverse tolprivileges, voor Borssele en Goes wordt een keur op de openbare orde vastgesteld, de eerste laken- en vleeshal aan het marktveld wordt gebouwd en ze vergroten de kerk.


Veertiende eeuw

In het jaar 1300 vallen de Vlamingen Zeeland binnen. Ook in Goes houden ze huis. Floris van Borsele, heer van Goes, kiest partij voor de Vlaamse graaf, verliest, en moet het veld ruimen. Er is in een verslag van de strijd letterlijk sprake van de kasteeltoren te Goes. In de veertiende eeuw is familie van de Hollandse graaf eigenaar van Goes. Zij verblijven meestal ergens anders in kastelen met meer luxe. In de toren in Goes wonen ondergeschikten van de ambachtsheren, soms een pastoor (prochiepape). In de gracht, die dan al zijn functie verliest, bouwt het dorpsbestuur een toren die met Klokhuis wordt aangeduid.


Vijftiende en zestiende eeuw

Aan het begin van de vijftiende eeuw wordt baljuw Wolfert van de Maalstede eigenaar van Torenburg. Kort voor zijn dood gaat hij failliet en het huis raakt in de versukkeling. Het huis wordt naar zijn functie aangeduid met baljuwshuis. De restanten van de gracht worden vijvers, waarin veel ganzen en zwanen worden gehouden. Ook houdt Wolfert koeien en paarden bij zijn woonhuis. Wolfert’s opvolger David van Baarsdorp woont eveneens in Torenburg. Aan het einde van de vijftiende eeuw mag Jan van Oostende zich eigenaar noemen. Hij laat diverse gebouwen aan de oorspronkelijke toren bouwen. Op de gedempte gracht aan de St. Adriaanstraat laat hij huizen bouwen. Wegens de vele vernieuwingen aan het kasteel van Jan van Oostende wordt het sindsdien Slot Oostende genoemd. Na het overlijden van Jan’s dochter Anna van Oostende, die met de Vlaamse edelman Jan van Poeke was getrouwd, komt het kasteel in 1577 in eigendom van de Bevelandse edelman Maarten van de Weerde. Tijdens de Reformatie (in Goes in1577) doet het gebouw dienst als schuilplaats voor vluchtende nonnen.


Zeventiende eeuw

In 1618 gebruikt het kolveniersgilde het gebouw als feestlocatie.

De zonen van Maarten van de Weerde laten restanten van de gracht aan de Wijngaardstraat dempen, waarop rond 1620 huizen worden gebouwd. De eigenaar van het huis Wijngaardstraat 28 moet gedogen dat er een gemetseld riool van het slot langs zijn huis loopt. Hij moet dit zelfs schoonhouden. Het riool komt uit in de Westvest (dit is de mythologische geheime gang van Jacoba van Beieren, van wie in de negentiende eeuw wordt verondersteld dat ze in het Slot Oostende gewoond zou hebben).

In 1635 verkopen de erfgenamen van de weduwe van Van de Weerde het slot aan Pieter Oostdijck voor diens dochter Geertruyd Oostdijck. Het huis Singelstraat 9, in deze tijd eigendom van de roomse kunstschilder Cornelis Willemssen Eversdijck, wordt de eerste rooms-katholieke schuilkerk. Later gaat de katholieke parochie een dubbel woonhuis direct ten zuiden van het slot, Singelstraat 7, als geheime kerk gebruiken.

In 1644 trouwt Geertruyd Oostdijck met de rijke Middelburgse jurist Adriaen van der Goes. Driekwart eeuw blijft het slot in eigendom van de familie Van der Goes, die allerlei steun biedt aan de verboden rooms-katholieke parochie. De latere leden van de familie Van der Goes wonen in Den Haag, en zullen het pand verhuren. Bij een ruzie tussen twee concurrerende pastoors gooien medestanders van de ene vanaf het slot Oostende stenen door de ramen van de schuilkerk, waar tot 2013 de koorschool in was gevestigd.

Tekening Isaac Hildenisse 1695


Achttiende eeuw tot nu

In 1747 verkopen erfgenamen van Van der Goes het slot aan de Raad van State, die er een hospitaal in vestigt, en kort daarop het pand aan de stad verkoopt. In 1750 koopt chirurgijn Cornelis Steenaard het pand, hij mag zelf weten of hij het afbreekt of behoudt. Gelukkig behoudt hij de middeleeuwse kasteeltoren met wat bijgebouwen. De nieuwe eigenaar laat stallen op de binnenplaats bouwen. Vervolgens vraagt hij toestemming aan het stadsbestuur om aan de verkleumde Bevelandse boeren, die op winterdag hun paard en wagen bij hem stallen, sterke drank te mogen schenken als ze zich warmen bij het vuur. Dit is het begin van horeca in het slot. In 1770 wordt notaris Anthony van Clodewijk eigenaar. Enkele andere eigenaren volgen hem op. Rond 1800 is er een tabaksfabriek in gevestigd. Eigenaar Jan Koens laat na 1850 diverse nieuwe vergader- en gelagkamers bijbouwen. In 1928 verrijst er naast en achter het slot bioscoop Grand Theater. Tot 2010 houdt het pand zijn horecabestemming. Het gebouw van de oude bioscoop is in voorjaar 2011 gesloopt.

Het slot op een prent uit de negentiende eeuw. De vijfkantige bollen op het hek zijn ook bewaard gebleven, die stonden in de Manhuistuin, en zijn in april 2017 teruggeplaatst bij het vernieuwde Slot Oostende. 
 

Manhuistuin



Nieuws  

Artikel

Slot Oostende, de onderste steen boven, door Frank de Klerk (Gemeentearchief Goes) en Karel-Jan Kerckhaert (regioarcheoloog), verschenen voorjaar 2017 in Nehalennia. Lees meer

Herbestemming

Het slot wordt een stadsbrouwerij met horeca en winkel. Lees meer.

Educatie

Voor de basisscholen is een programma over Slot Oostende beschikbaar incl. o.a. lesbrief, bezoek aan het museum, rondleiding in en om het slot en een opdracht bij het Gemeentearchief. Lees meer.

Slot Oostende op Goes TV

In samenwerking met het Gemeentearchief heeft Goes TV drie filmpjes over Slot Oostende gemaakt. U kunt ze hier bekijken.

Archeologische vondst

In 2012 werd een fragment van een zgn. minnetuin ontdekt op het terrein van Slot Oostende. De scherf wordt in opdracht van de gemeente Goes door archeologen van het Scez onderzocht. Lees meer.