Transciptie weeskamerboeken

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  Transciptie weeskamerboeken

Transciptie weeskamerboeken

Een flink deel van de boeken van de Weeskamer van Goes staat sinds kort op de website. Als bladerboek, met zoekfunctie. Wie onderzoek naar zijn voorouders doet, kan er nu heel gemakkelijk in zoeken. Kwestie van een naam intikken. Jannie de Vos, Riet Hoveijn en Coby Vegter werkten zo'n twintig jaar aan de weeskamerboeken. Een middag per week zijn ze te vinden in de vrijwilligerskamer van het Gemeentearchief in het Stadskantoor van Goes. Samen hebben ze de weeskamerboeken doorgevlooid. Ze zijn aan de laatste loodjes bezig, nog twee boeken te gaan. Ze leerden elkaar kennen bij de cursus Oud Schrift en hebben sindsdien altijd samengewerkt.

 Coby Vegter

"Ik hou van puzzelen."

Mevrouw Vegter is eigenlijk toevallig in dit werk gerold. Ze bracht haar man heen en weer naar de cursus Oud Schrift en dacht: “Dan kan ik net zo goed gelijk meedoen.”

En ze bleek het leuk te vinden. Niet zozeer uit passie voor geschiedenis, zoals hij, maar omdat ze van puzzelen houdt. “Je hebt de keuze uit de 26 letters van het alfabet en het is een uitdaging om uit te zoeken welke letter er nu staat.” Een analytische inslag heeft ze, ze studeerde medicijnen. De jongste weeskamerboeken zijn heel makkelijk te lezen, daar vindt ze dan ook niets aan. Maar het moet aan de andere kant ook wel weer leuk blijven. Voor de allermoeilijkste handschriften raadpleegt ze mevrouw Hoveijn en ook voor de Franse woorden gaat ze bij haar te rade. “Dat is echt een Pietje Precies, ik ben meer van dik hout zaagt men planken.”

 

Jannie de Vos

“Ik had wel archivaris willen worden.”

Tijdens haar werkzame leven had mevrouw De Vos – de Wild een kantoorbaan. Tot aan haar trouwen, dat was in die tijd zo.

Later heeft zij de draad weer opgepakt en tot haar pensioen bijna twintig jaar bij een bejaardencentrum in Colijnsplaat gewerkt. Zij had altijd de interesse al voor oude handschriften, ze verzamelt boeken over Zeeland, en had wel archivaris willen worden. Van haar vader had het wel gemogen, maar op Noord-Beveland had je destijds "niet wat je noemt een klimaat waar je snel op het idee kwam om te gaan studeren". Een cursus oud schrift volgde ze in die tijd wel, bij het Gemeentearchief van Goes. De tijd ontbrak echter om daar verder iets mee te doen. Dat veranderde toen er een boekje moest komen voor het 125-jarig bestaan van de Gereformeerde kerk van Colijnsplaat in 1987. Ze friste haar kennis van het oud schrift op en dook de notulenboeken van de kerk in. En zo kwam het dat ze, toen ze enkele jaren later met pensioen ging, bij het archief is gaan werken. 

 

Riet Hoveijn

"Geschiedenis en taal zijn interessant."

Als ze vroeger op reis was in Frankrijk, dan was ze altijd nieuwsgierig wat de inscripties betekenden, die ze op monumenten zag staan.

Of ze vroeg zich af wat er stond in een oude oorkonde of brief die ze in een tentoonstelling tegenkwam. En daarom wilde ze oud schrift leren. Het was ook een logisch gevolg van de cursus over de geschiedenis van Goes, die ze bij het Gemeentearchief volgde. De basis was er al. Ze studeerde Frans in Leiden en werkte tot haar pensioen als lerares Frans, bij verschillende scholen en op het laatst bij het Goese Lyceum. Mevrouw Hoveijn houdt heel erg van lezen en geschiedenis en taal vindt ze haar hele leven al interessant.

Een heleboel gezelligheid en je leert er wat van

Een vaste spelling was er vroeger nog niet, ook niet voor namen. En Franse namen werden gewoon vernederlandst. Ze nemen het over zoals het er staat. Ook als een broer en zus een verschillend geschreven familienaam hebben. Bij twijfel met een vraagteken erbij. En zo is er geregeld afstemming nodig om te zorgen dat ze het werk op dezelfde wijze doen.

Over het leven van de wezen en hoe het er in de loop der eeuwen aan toeging als kinderen wees of halve wees werden, steken ze onderweg natuurlijk ook het een en ander op. Dat veel weeskinderen naar Indië gingen bijvoorbeeld, voor de VOC. Dat weeskinderen die niet wilden deugen, naar buiten Goes verbannen werden. Hoe een erfenis administratief geregeld werd. Dat er in 1808 de Acte van Seclusie kwam, waardoor ouders de Weeskamer konden omzeilen. Wat de geldeenheden vroeger waren, Vlaamse ponden bijvoorbeeld. Wat alimenteren betekent. De veranderingen in de Franse tijd.

Jannie de Vos is nu met een ander project bezig, het transcriberen van een boek uit 1628 over de oprichting van het weeshuis. Dat is een heel ander werk. Ging het bij de weeskamerboeken om het verwerken van gegevens, nu gaat het er om elk woord en leesteken precies zo als het geschreven staat in de computer te zetten. Heel interessant, vindt ze, “je leert veel over hoe ze toen dachten en leefden. Als de weeskinderen nog maar vier-en-een-half jaar oud waren, moesten ze al in het weeshuis meewerken en vanaf hun elfde werden ze bij een baas uitbesteed.”

Alledrie rond de tachtig zijn ze nu en ze overwegen wel eens te stoppen, maar ze gaan in ieder geval door tot het laatste weeskamerboek klaar is. Natuurlijk hebben ze een band met elkaar gekregen, in al die jaren. Ze noemen de gezelligheid en vriendschap die ze aan elkaar hebben, het bloemetje of kaartje dat thuis gestuurd wordt als je ziek bent, de leuke uitjes die voor de vrijwilligers georganiseerd worden. Dat ze geleerd hebben met de computer om te gaan, ook belangrijk. Maar het belangrijkste vinden ze toch dat ze anderen de gelegenheid geven hun voorouders te vinden. "Dat is de grootste voldoening."  

Hoe ziet het resultaat van het werk van Coby Vegter, Jannie de Vos en Riet Hoveijn er uit? Ga naar de bladerboeken van het Weeskamerarchief.


Februari 2012