Stuk van het Jaar - Maand van de Geschiedenis 2016

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  Stuk van het Jaar - Maand van de Geschiedenis 2016

Stuk van het Jaar - Maand van de Geschiedenis 2016

Met deze prachtige kaart uit het Caertbouck van Waarde en Valkenisse uit 1637 dingt het Gemeentearchief Goes mee in de strijd 'Stuk van het Jaar', een onderdeel van de Maand van de Geschiedenis.

Doet u ook mee? U kunt hier stemmen: www.stukvanhetjaar.nl (t/m 27 oktober 2016).


Grenzen


De kaart geeft op een bijzondere wijze gestalte aan het thema 'Grenzen' van de Maand van de Geschiedenis 2016.

Het kaartboek geeft allerlei details weer van een gedeelte van Oost-Zuid-Beveland, met name van de dorpen Valkenisse, Waarde en het gehucht Gawege. Kerken, molens, boerderijen en andere huizen, watergangen, en wachtschepen op de Westerschelde worden secuur getekend. Deze wachtschepen liggen voor het nauwkeurig weergegeven fort Keizershoofd, dat ten zuiden van het dorp Valkenisse heeft gelegen. Tussen 1631 en 1648 heeft dit gefungeerd als extra slot op de deur van Zuid-Beveland.

Dat geeft meteen het belang aan van het kaartboek. Vermoedelijk is het oorspronkelijk bedoeld als een bijlage bij de overlopers van Waarde en Valkenisse; dit zijn registers van eigenaren van gronden in een polder. Met overloper en kaartboek kon de grondbelasting worden geïnd. Doordat het kaartboek de situatie van de uiterste zuidoostpunt van Zuid-Beveland weergeeft aan het einde van de tachtigjarige oorlog, heeft het betekenis voor heel Zuid-Beveland. Bij de verdediging van Zuid-Beveland beschouwden de Staten-Generaal dit eiland als één geheel. Op de dijken rondom het eiland stonden op ongeveer elke 10 km wachttorentjes of zogenaamde redouten. ’s Nachts hielden soldaten en vrijwilligers van hieruit een oogje in het zeil, of er geen onverhoedse landingen door de Spanjaarden werden ondernomen. Mocht de vijand door de ring van redouten dringen, dan moest de stad Goes met zijn nieuwe bolwerken en poorten in staat zijn de vijand buiten te houden. De stad hoefde dan alleen maar op versterkingen te wachten om de Spanjaarden te verdrijven.

Vanaf 1627 en volgende jaren vonden herhaaldelijk invallen van Spaanse troepen bij Waarde plaats. Reden om oude plannen voor een fort ter plaatse uit de kast te halen. Tussen 1629 en 1631 bouwde men aan het fort Keizershoofd. Tegenslagen waren er volop: twee keer werd de ploeg bouwvakkers ontvoerd door de vijand. De stad Goes spande zich erg in om het fort te laten voltooien. In 1631 was het fort klaar; de bezetting zag dat jaar een grote vloot Spaanse schepen de brede geul tussen Zuid-Beveland en Brabant opvaren, in de richting van Tholen. Via deze Pietermanskreek zeilde de vijand tot aan St. Philipsland, waar de inval in de Slag op het Slaak werd gesmoord. In feite maakte het fort deel uit van de linie van forten en schansen in Zeeuws-Vlaanderen.

Meteen na de Vrede van Munster (1648) stopte men met onderhoud van het fort en verdween de bezetting. In 1649 en 1650 werden alle bruikbare materialen van het fort zoals hout en steen verkocht. Alleen de grondwerken bleven liggen.

Het middeleeuwse dorp Valkenisse was door diverse stormvloeden in de zestiende eeuw al danig beschadigd en ingekrompen. De kerk was deels ingestort en na de vloeden niet meer als zodanig in gebruik. Bij een nieuwe vloed in 1682 ging het hele dorp verloren. Pas twaalf jaar later, in 1694, werd een klein gedeelte als Valkenissepolder herdijkt.


Het Caertbouck
 

Het archiefstuk bestaat uit een katern met ingekleurde kaarten van delen van de polders van Waarde en Valkenisse uit 1637. De kaarten zijn gemaakt door de landmeter Adriaen Cornelissen Smallegange, geboren rond 1600 in Goes, aldaar overleden in 1643. De cartograaf werd in 1620 tot landmeter benoemd door de Staten van Zeeland.

Het kaartboek heeft twee signaturen, een eigentijdse en een negentiende-eeuwse. De originele signatuur met handschrift uit het midden van de zeventiende eeuw bevindt zich onder de index van hoeken, en die luidt: ‘Mij t’orconden als gesworen landtmeter der Graefflijckheyt van Seelandt, A. Smallegange, 1637.’ In deze index worden de folio’s genoemd en de namen van de hoeken, en daarbij het aantal gemeten en roeden per hoek. Smallegange noemt zijn werk ‘caertbouck’. Onderaan de lijst met hoeken schrijft hij: ‘Somma totalis den heelen caertbouck is groot in schotbaeren lande 2348 gemet 16 roeden.’

Een tweede signatuur in een handschrift uit de negentiende eeuw noemt als titel van het kaartboek: ‘Hermeetinge van de polders Waarde, Valckenisse, etc. door den landmeeter C. Smallegange in den jaare anno 1637.’ De schrijver hiervan heeft de voorletter van Smallegange foutief als C gelezen, waar het A moet zijn. De titel kan wel origineel zijn, mogelijk is het oorspronkelijke omslag met dit opschrift verloren gegaan.

Het kaartboek is geschreven op papier, met hierin een Franse lelie als watermerk. Het boek, eigenlijk een katern met 24 folio’s, bevindt zich in een omslag uit de achttiende eeuw. Dit is een stuk blauw karton, met daarop in roodbruine inkt een gravure van een bijenkorf op een schild. Op de bijenkorf staat de tekst: ‘SUPRAFYNE BYKORF’.

Enkele jaren geleden werd het kaartboek gerestaureerd, en werden er digitale opnames van gemaakt.


Het belang van het kaartboek voor Goes


Valkenisse is een belangrijk onderwerp in de geschiedenis en de archeologie van Zeeland. Niet voor niets zijn er over dit verdronken dorp binnen vijftien jaar twee verschillende boeken verschenen. Het kaartboek vormt met zijn geografische en historische bijzonderheden een van de belangrijkste bronnen voor dit onderzoek. Verdronken dorpen zijn bovendien een belangrijk onderwerp in de geschiedenis van Zeeland. Het bij Valkenisse gelegen fort Keizershoofd was een belangrijk onderdeel van de verdediging van Zuid-Beveland en vooral van de stad Goes. De stad was nauw betrokken bij de totstandkoming en handhaving van het fort tot 1648. De maker van het kaartboek, Adriaen Cornelisz. Smallegange, was een Goesenaar, die zijn hele leven in de stad heeft gewoond. Kaarten of kaartboeken vormden een eenheid met de ‘overlopers’, de lijsten met eigenaren van een polder. In veel gevallen gingen deze kaarten verloren. Uitzonderlijk is dat dit complete kaartboek bewaard bleef in een verzameling van een negentiende-eeuwse Goesenaar en verzamelaar C. Keetlaer.

In het boek 'Valkenisse, geschiedenis, archeologie en topografie van een verdronken dorp op Zuid-Beveland', onder redactie van Jan J.B. Kuipers, Poortugaal 2012, heeft men de negentiende eeuwse titel en naam van de kaartmaker overgenomen. Hierdoor staat men op het verkeerde been bij het toeschrijven van het kaartboek op blz. 85, 86. De kaartmaker is, afgaande op de originele signatuur, Adriaen Cornelissen Smallegange. Hij werd rond 1600 in Goes geboren, trouwde met Sara Hubrechtsdr. Munnincx, welk echtpaar 8 kinderen kreeg. Het eerste kind Hubrecht Adriaens Smallegange, geboren te Goes in 1622, werd ook cartograaf.

Ook in een eerder boek over Valkenisse: 'Verdronken Land, Valkenisse en Keizershoofd. Archeologisch en historisch onderzoek van een verdronken stukje Zuid-Beveland', L.C.J. Goldschmitz-Wielinga, e.a. Goes 1995, wordt foutief uitgegaan van de voorletter C.


Het ‘kaartboek van Waarde en Valkenisse’, Gemeentearchief Goes, Verzameling Keetlaer, inv.nr. 1350. 1637.
Zie voor de landmeters Smallegange: P.S. Teeling. Repertorium van Oud-Nederlandse landmeters, 14e tot 18e eeuw. Provincie Zeeland, nrs. 440 (Adriaan Cornelisz. Smallegange) en 441 (Hubrecht Adriaansz. Smallegange).
Voor de genealogie Smallegange zie: http://www.chielsmallegange.nl/stamb_small_goes/st_smal_goes.pdf

September 2016