September: Beladen erfgoed: Bocht van Guinea

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  September: Beladen erfgoed: Bocht van Guinea

September: Beladen erfgoed: Bocht van Guinea

Naar overige maandthema's Jaar van het Cultureeel Erfgoed



Van Goes naar de Bocht van Guinea


In 1572 gaat met het platbranden van alle bedrijven langs de Goese haven ook vrijwel alle zeehandel en –vaart verloren. Voor zover bekend proberen ondernemende lieden later nog twee keer zeeschepen vanuit Goes te laten varen.


Schepen Ter Goes en De Hoop

In 1651 is dat de Noordsche Compagnie, die de schepen Ter Goes en De Hoop bezit om mee naar Noorwegen te varen. Van deze onderneming is daarna weinig meer vernomen.

 

Huis Hoope aan de J.A. van der Goeskade, gebouwd als o.a. kantoor voor de Noordsche Compagnie. Foto T. van de Repe ca. 2010.


Schepen Stad Goes en Zuid-Beveland

In 1721 probeert een groepje Goesenaars het opnieuw, wellicht geïnspireerd door een kort tevoren in Middelburg gestichte onderneming. Een rederij wordt opgericht door 15 personen, 13 mannen en 2 vrouwen. In Vlissingen laat de groep twee hoekers bouwen die de namen Stad Goes en Zuid-Beveland krijgen. Voor een deel zijn de ondernemers leden van het stadsbestuur; de anderen zijn zonder twijfel rijke handelaren. De twee vrouwen zijn Petronella de Coning en Johanna de Rose. Bewogen door de teruglopende werkgelegenheid en handel in hun vaderstad verklaren ze zich bereid een poging te wagen om in Goes de afnemende bedrijvigheid weer vlot te krijgen. Daarbij kijken ze met een schuin oog naar andere steden, waar om de haverklap schepen worden gebouwd en rederijen van de grond komen.


Vrijstellingen

In die andere steden, namen worden niet genoemd, krijgen dergelijke ondernemingen een waslijst aan vrijstellingen en andere medewerking van het stadsbestuur, dat willen de Goese ondernemers ook wel. Zolang het merendeel van de onderneming uit Goesenaars zal bestaan schenkt het stadsbestuur hen voor de duur van 14 jaar vrijstelling van hoofd-, haven-, kaai-, last- en loodsgeld. Gaat de rederij meegebrachte goederen verkopen in Goes, dan hoeft daarvoor geen vendue-meester of stadsroeper betaald te worden.


Pakhuizen

Beide schepen komen in de vaart. Ruim een jaar later blijkt het de onderneming voor de wind te gaan, en kan er een pakhuis worden gebouwd voor die geïmporteerde waren, waarvoor geen invoerrechten hoeven te worden betaald. Ten noorden van de Bleekveldsepoort bij de lindebomen aan de oostzijde van de kade, later wordt dit de Albert Joachimikade, komt een loods van 50 voet lang en 60 voet breed te staan (ongeveer 15 bij 18 meter). Voor allerlei werkzaamheden in en rond het pakhuis krijgt de rederij ook nu weer diverse soorten vrijstellingen. Jammer dat er geen archief van de onderneming bewaard blijft.
 

De Albert Joachimikade anno nu. Foto T. van de Repe ca. 2010


Schip Goes

Zo moeten we het doen met een enkele notariële akte van enkele jaren later, die een nieuw licht op de bestemming van in elk geval één van de schepen werpt. In 1730 is men druk doende om het schip Stad Goes voor een nieuwe reis uit te rusten. Kapitein is Jan Machielse, iemand die niet tot het reguliere schippersgilde behoort. Waar gaat de reis heen? Het schip heeft als bestemming ‘De Bogt’, wat nog niet alles zegt. Aan veel kusten komen Bochten voor. De notarisakte maakt duidelijk dat de Middelburgse koopman Pieter Witgraft bij de Zeeuwse admiraliteit om toestemming voor de reis zal vragen, en bovendien voor een paspoort om ongehinderd langs Algiers te varen. Dat maakt dat maar één Bocht overblijft, namelijk de Bocht van Guinea aan de West-Afrikaanse kust.


Bocht van Guinea

Eerder is gedacht dat de achttiende-eeuwse straatnaam Bocht van Guinea een voor de hand liggende modieuze naam in een havenstad als Goes is geweest.
 

De Bocht van Guinea in Goes omstreeks 1980, foto C. Pieters
 

Met dit gegeven uit 1730 blijkt dat deze straatnaam direct verwijst naar scheepvaart vanuit Goes naar West-Afrika. Langs de Bocht van Guinea liggen tegenwoordig de moderne landen Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin en Nigeria. Een groot deel van deze landen noemt men in vroegere eeuwen de Goudkust. Behalve ivoor en goud schepen gespecialiseerde rederijen hier vele duizenden Afrikanen in die als slaaf naar de beide Amerika’s worden vervoerd. Voor de Nederlanders is het kasteel van Elmina, nu in Ghana, de plaats waar de menselijke lading aan boord wordt genomen.


MCC

Of het schip uit Goes langs Algiers is gevaren, en zich in de Bocht van Guinea heeft gemeld, en vervolgens heelhuids is teruggekeerd, is onbekend. Er zijn misschien nog meer reizen naar deze bestemming gemaakt, maar ook dat is onzeker. In het archief van de Middelburgsche Commercie Compagnie, gesticht in 1720, bevinden zich veel gegevens over de schepen van deze onderneming, die vele malen groter was dan die in Goes. Slechts twee hoekerschepen worden in dit archief genoemd, de hoekers Anna Catharina en Brandenburg. Dit scheepstype van middelmatige afmetingen was blijkbaar minder geschikt voor dergelijke verre reizen. Of er goederen van de Goudkust naar Goes zijn vervoerd, blijft onduidelijk.

Met deze akte uit 1730 komt de herkomst van de Goese straatnaam Bocht van Guinea in een ander daglicht te staan en moeten we deze met wat meer historische reserve interpreteren.


Gemeentearchief Goes, Archief Stad Goes, inv.nr. 24, fol. 144r. 1721, 225v, 1722.
RAZE.inv.nr. 2203.1, akte 12 september 1730.

Bekijk de bijdrage van de regioarcheoloog OAS

 

September 2018