Otto Hoogerhuis

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  Otto Hoogerhuis

Otto Hoogerhuis


Voormalig provinciaal archiefinspecteur Otto Hoogerhuis laat het vak nog niet los. Sinds zijn pensionering werkt hij bij het Gemeentearchief aan diverse onderzoeken. Hij maakt zich zorgen over de kennis die verloren dreigt te gaan als de vertaalslag naar de jeugd niet tijdig gemaakt wordt.


Telefoon


Momenteel werkt Otto Hoogerhuis aan een artikel voor de Spuije over de ingebruikname van de telefoon op de Bevelanden. Beter gezegd, hij werkt aan de voltooiing, want het grootste deel van het onderzoek deed hij al jaren geleden. Steeds kwam er wat tussen, ander onderzoek. Hij beschrijft in het artikel de totstandkoming van de infrastructuur voor de telefoon en bijvoorbeeld wie de eerste aansluiting in Goes had. Veel mensen denken dat dat wel de burgemeester zal zijn, of de dokter. Maar nee, en ook niet de politie of brandweer, het was een bankier. In de huidige actualiteit met de commotie rond de banken verbaast dat toch ook weer niet heel erg......
 

Jan Abraham van Heel (1854 - 1922)


Het was bankier Van Heel, die kantoor hield in de Klokstraat (in het hoekpand waar nu reisbureau Rosa zit).
 

Het interieur van de bank Van Heel & Co in 1925


Bronnenmannetje
 

Otto Hoogerhuis is voorzitter van de redactie van de Spuije, de uitgave van Heemkundige Kring De Bevelanden, sinds 1988 is hij redactielid. Voor de meeste artikelen die hij voor de Spuije schrijft, vormen de rechterlijke archieven van Zeeland zijn inspiratiebron.
 

Een akte uit de rechterlijke archieven


Vervolgens zoekt hij dan weer allerlei aanvullende gegevens over zo'n onderwerp in de gemeentelijke correspondentie, andere archieven en in de literatuur. Hij is een echt 'bronnenmannetje'. Hij houdt niet van speculeren. Interpretatie mag, maar de dingen moeten vooral kloppen. Naast zijn werk voor de Spuije schrijft hij ook boekbesprekingen voor enkele landelijke vaktijdschriften.


Proefschrift


In feite is het artikel over de komst van de telefoon een zijstapje, iets waar hij toevallig op stuitte terwijl hij in de archieven naar andere zaken aan het zoeken was. Als historicus doet Otto Hoogerhuis vooral demografisch onderzoek. Zijn proefschrift, dat in 2003 in boekvorm verscheen onder de titel Baren op Beveland. Vruchtbaarheid en zuigelingensterfte in Goes en omliggende dorpen gedurende de 19e eeuw, is zo'n demografisch onderzoek. Hij onderzoekt daarin de zuigelingensterfte in Goes en de omliggende dorpen. Hij heeft dat zodanig proberen te doen dat het als maatgevend kan gelden voor een groter gebied.
 


Het is leuk als dingen anders uitpakken dan je dacht. We wisten dat de zuigelingensterfte hoog was, maar in een bepaalde periode in Oud-Sabbinge was die extreem hoog. Toen overleden wel zes van de tien baby's. Dan ga je naar oorzaken zoeken. Meestal blijkt het een complex van oorzaken te zijn. Dominante factoren zijn borstvoeding, woonomstandigheden (riolering en waterleiding) en de grootte van de gezinnen. Het grootste gezin dat hij ooit heeft aangetroffen, was dat van een beurtschipper, zijn vrouw baarde maar liefst eenentwintig kinderen.


Hij zou best nog eens zo'n groot onderzoek als dat van zijn proefschrift willen doen. Over onderwerpen die gelieerd zijn aan die zuigelingensterfte. De rol van borstvoeding bijvoorbeeld. Een kruideniersvrouw kon tussendoor zelf voeden, maar een vrouw die de hele dag op het land werkte, niet. Daar zou je een indicator voor moeten ontwikkelen, zodat het, alweer, toepasbaar is voor een groter gebied. Of een onderzoek naar boedels in negentiende-eeuwse sterfhuizen, zoals je die aantreft in de notariële archieven. Dat zou ook een proefschrift waard zijn, want daar valt heel veel uit af te leiden over de omstandigheden waarin de mensen leefden.


Vertaalslag naar de jeugd


Onderwerpen genoeg. Maar de tijd is beperkt. Dan zou hij zijn werk voor de Spuije moeten stopzetten. En dat werk is te belangrijk. De geschiedenis van de Bevelanden ontsluiten is een drijfveer voor hem. De continuïteit daarin baart hem weleens zorgen. Vorige week was hij nog in Londen, in het RAF-museum, en daar viel het hem op dat er zoveel jonge mensen onder de bezoekers waren. Hoe zorg je nou dat die geschiedenis voor de jeugd interessant is? Natuurlijk, het museum doet belangrijk werk op dat gebied en sommige scholen ook, zoals het Calvijn College dat zijn vwo5-leerlingen naar het Gemeentearchief stuurt. Maar toch, zelf zijn we hobbyisten, maar hoe vertaalt dat werk zich naar het veld, naar de jeugd?
 

Otto Hoogerhuis praat met leerlingen over het onderzoek naar zuigelingensterfte


Hij zal dan ook altijd inspringen als zich een mogelijkheid voordoet jonge mensen te begeleiden bij historisch onderzoek. Vorig jaar begeleidde hij een groepje leerlingen dat deelnam aan het archiefproject van het Calvijn College. Zij werkten aan een opdracht over volksgezondheid in de negentiende eeuw en betrokken de zuigelingensterfte daarin. Hij vond het erg prettig om zijn kennis van dat onderwerp te kunnen overdragen en de scholieren te helpen met het richting geven aan hun onderzoek.

 

Themanummer over de Eerste Wereldoorlog


En laatst nog hielp hij een ander groepje leerlingen uit dit project, met hun onderzoek naar Belgische vluchtelingen die in de Eerste Wereldoorlog in Kloetinge opgevangen werden. Dat resulteerde zelfs in een artikel van de leerlingen voor het themanummer van de Spuije over deze oorlog, dat in oktober 2014 uitkwam. Dit soort dingen maakt hem enthousiast. Het is spannend, en des te leuker als er wat goeds uitkomt.


Bouwstenen voor historici


Otto Hoogerhuis studeerde economie in Rotterdam. Toen hij in 1974 afstudeerde, was hij al aan een studie geschiedenis in Leiden begonnen. Hij promoveerde aan de Wageninger universiteit. Hij werkte een tijd in het bankwezen en daarna, van 1985 tot 2010, was hij archiefinspecteur voor Zeeland. Zo kwam het dat hij het Gemeentearchief van Goes al goed kende. Na zijn pensionering was het een logische stap om zijn onderzoekswerk hier voort te zetten, hij woont in 's Gravenpolder.

Hij werkt niet alleen aan zijn eigen onderzoeken, ook begeleidt hij andere vrijwilligers bij het ontsluiten van de notariële archieven. Twee mensen die in totaal drie dagdelen per week de gegevens uit de oude stukken halen en in een database invoeren. Het gaat hem niet snel genoeg, het liefst had hij een heel team dat aan dit project kon werken. Het levert zulke mooie bouwstenen op, waar vele historici nog lang plezier van zullen hebben.


Fietsen


Hij is een echte lezer. Niet alleen geschiedenis, ook medische literatuur. Zijn interesse hierin is al af te lezen aan het onderwerp van zijn promotieonderzoek, daar komt bij dat zijn kinderen in de medische wereld werkzaam zijn. Verder filosofie, en romans. Zijn andere grote hobby is fietsen. Vorig jaar legde hij maar liefst achtduizend kilometer af. Bewegen is belangrijk. Het kost veel tijd, maar het stimuleert ook.

Het hangt dus eigenlijk van het weer af wat hij gaat doen op een dag. Is het mooi weer, dan weten ze bij het archief dat hij is gaan fietsen, de polders in. En is het minder, grote kans dat hij dan opduikt.


Maart 2015
 

De heer Otto Hoogerhuis is in juli 2015 helaas overleden.