Melksalon De Witte aan Opril Grote Markt

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  Melksalon De Witte aan Opril Grote Markt

Melksalon De Witte aan Opril Grote Markt


Op 8 september was, tijdens open Monumentendag, de presentatie van het boek 'De Melksalon, Een Zeeuwse familiegeschiedenis' van Reineke van Wouwe. 
 

Kookstudio De Witte Lelie


De titel verwijst naar de melksalon aan de Opril Grote Markt, die haar voorouders Levinus de Witte en Jannetje de Witte-Pieterse in 1905 overnamen. De presentatie was in dit pand, tegenwoordig is kookstudio De Witte Lelie er te vinden.



 

Op uitnodiging van de schrijfster hield Willy van Meegen van het Gemeentearchief een inleiding over het pand en over het fenomeen melksalon.
 


't Hoofken

De naam van het pand is 't Hoofken. Sinds een jaar prijkt die weer op de toen net geschilderde gevel. 
 


De betekenis is 'hofje'. Hier kan gedacht worden aan een bijbelse verwijzing, mogelijk naar de hof van Sint Jozef. Vergelijk: tijdens de jaarlijkse processie in Goes waren de leden van het timmerliedengilde verplicht om een voorstelling te maken die speelde in de hof (werkplaats) van Sint Jozef. (Wat verder verplicht was, was dat er Joden met messen in voorkwamen, en de ophanging van Judas.)


't Sevenhouxken

De huisnaam 't Hoofken duikt in de archieven voor het eerst op in 1559. Het pand wordt nog eerder aangetroffen, in 1526, als Anthonis Janszoon het huis aan de Oprel verkoopt aan Willem Jacobszoon. De grote stadsbrand was in 1554. Het ligt voor de hand dat het bij de eerste vermelding om een houten huis ging, en erna om een stenen huis. In de rechterlijke archieven, waarin de eigenaars van het pand van in de periode van 1526 tot 1798 terug te vinden zijn, komt het verder ook voor in beschrijvingen als 'noordbelender' of 'zuidbelender' van het pand. Ook is steeds sprake van een oostelijke 'gemene gang', of 'stedegang' of 'gemeen slop' (gemeenschappelijke steeg) en ook wel ''t Sevenhouxken', een smal gangetje met zeven hoeken: achter de panden van de Opril en de noordzijde van de Grote Markt. Dit is het Vuilstraatje. Van de opeenvolgende eigenaars van het pand is een compleet overzicht te maken in deze archieven. Naast de genoemde rechterlijke archieven vinden we ook gegevens in de Belastingkohieren en de Woningkaarten.


B3

Het adres van de melksalon was B3: wijk B, nummer 3. Wijk A besloeg de Grote Markt, Vlasmarkt, Beestenmarkt, Singelstraat, Ravelijn de Grenadier tot aan de veste. Wijk B was het gebied rond de haven, het noordoostelijk deel, behalve de kop. Die hoorde, met straten als de Nieuwstraat en 's-Heer Hendrikskinderenstraat tot wijk D. Wijk C was het gebied van de huidige winkelstraten rond Lange Kerkstraat en Lange Vorststraat. 


Opril

De oudste vermelding van de opril Grote Markt is van 1469. De naam komt ook voor als oprel en aprel. Een etymologische verklaring is dat het van het Franse 'appareil' stamt, wat oprit naar de kop van een dijk betekent. (Bron: GTB.) De dijk is de Magdalenastraat, ontstaan door het uitgraven van de haven. Aan de andere kant gaat het weer naar beneden: de Opril Beestenmarkt. Een andere verklaring is dat opril een verbastering is van 'op den hil', dat via opperel opril zou zijn geworden. 
 

Opril Grote Markt omstreeks 1900. De melksalon zat rechts in het straatje, rechts van de bocht.
 

Het is altijd een druk straatje geweest, met zakkendragers, sjouwers, karren, paard en wagens, die goederen van de markt naar de haven brachten en omgekeerd. 


Eerste Wereldoorlog

De vele Belgische vluchtelingen die in oktober 1914 ook in Goes opgevangen werden, konden op verschillende plekken terecht voor maaltijden. In 't Soepuus kon voor vijfhonderd personen gekookt worden, in een lokaal van de Korenbeurs werd eten vertrekt, daarnaast bij mensen thuis. Kennelijk waren er nog niet voldoende eetplekken, want de Nieuwe Zeeuwsche Courant schreef op 15 oktober: 'Om de voeding vlugger en regelmatiger te doen plaats hebben, is dengenen die een gele spijskaart hebben aangezegd te gaan eten in de melksalon op den Opril, waar hun iedere middag warm eten wordt verstrekt.' Dat was melksalon De Witte.  >>  lees meer over de opvang van de Belgische vluchtelingen in Goes.


Melksalon

De oprichtster van de melksalon aan de Opril was mejuffrouw de weduwe Markusse. Zij adverteerde in De Goessche Courant van 7 juli 1904:
 


Vooral in de jaren twintig breidde het aantal melksalons in Goes zich uit. We kennen naast melksalon De Witte verder nog De Veehandel aan de Beestenmarkt, De Landbouw aan de Grote Markt, Flora (annex café) eveneens aan de Grote markt, De Pool (Opril Grote Markt, schuin tegenover De Witte), Het Witte Huis aan de kade en Nieuw Goes in (toen genaamd) de Wilhelminastraat, het pand waarin later Ockenburgh zich zou vestigen. 



September 2018