Juni: Verdedigingslinies: Stellingen 1940

HOME  |  Documenten  |  Juni: Verdedigingslinies: Stellingen 1940

Juni: Verdedigingslinies: Stellingen 1940

Naar overige maandthema's Jaar van het Cultureel Erfgoed


In het verre verleden kwam een beetje veroveraar naar Zeeland met de boot; veel andere keuzes waren er niet om hier voet aan wal te krijgen. Misschien dat de Romeinen het nog wel met de benenwagen afkonden: Zeeland was toen veel droger dan later en beter te bereiken. Vikingen, Vlamingen, Geuzen, Engelsen, allemaal scheepten ze zich in en zochten ze hun vaarweg tussen de Zeeuwse zandbanken.


Geheime verdragen

Zuid-Beveland kwam in de negentiende eeuw vast te zitten aan de Brabantse wal, en de wegen werden beter. Zo werd dit deel van Zeeland ook bereikbaar voor een minder maritiem toegeruste vijand. In de Eerste Wereldoorlog gaf dit nog weinig problemen, maar toen de Tweede Wereldoorlog eind jaren dertig zijn schaduwen vooruit wierp, werd duidelijk dat een vijand die uit het oosten zou komen, in Zuid-Beveland moest worden tegengehouden.

De Nederlandse regering ging pas in de tweede helft van de jaren dertig meer werk van leger en defensie maken, toen de ontwikkelingen in Duitsland meer dreigend werden. Met een inhaaloperatie probeerden de verschillende legeronderdelen zich op de moderne oorlogvoering voor te bereiden. Dat lukte niet helemaal. Wel sloot de regering geheime verdragen met Frankrijk en Engeland af; zij zouden Nederland te hulp komen bij een inval door een agressor.


Stellingen

In het land legde men diverse grote en kleinere stellingen aan. Een oostelijke liep van Zwolle naar Maastricht, een tweede van het IJsselmeer naar Weert (voor een deel bekend als Grebbelinie). In Zeeland ontwierp men de Eendrachtstelling oostelijk van het eiland Tholen, en op Zuid-Beveland bij het dorp Bath de Bathstelling, en van Yerseke naar Hansweert de Zanddijkstelling.
 

De Zanddijkstelling met Nederlandse en Franse troepen, 15 mei 1940. Uit: De strijd in Zeeland, 1954
 


Vanaf september 1939 moest met man en macht aan deze verdedigingslinies worden gewerkt. De algemene mobilisatie werd van kracht. Duitsland was inmiddels Polen binnengevallen, waarop Engeland en Frankrijk de oorlog hadden verklaard.


Bathstelling. Onderhoud van wapens, ca. 1940. Album H.A. Treu, gemeente Reimerswaal. 
 

De twee defensieve stellingen op Zuid-Beveland lagen circa 20 kilometer van elkaar verwijderd. De meest oostelijke, de Bathstelling, diende als voorpostenstelling voor de verder naar het westen liggende Zanddijkstelling. De oostelijke linie was genoemd naar het dorpje Bath, onderdeel van de gemeente Rilland-Bath. Hij bestond uit twaalf kazematten, een tankgracht en een voorterrein dat onder water stond. De bezetting kwam voor rekening van het 14e Grensbataljon onder majoor F.G. Triebel. Dit bataljon viel weer onder het 38e Regiment Infanterie. Hun dienstorder luidde in mei 1940: ‘standhouden’.
 



Bezetting van de Bathstelling op de Rijksweg bij een bezoek van koningin Wilhelmina, ca. 1940. Album H.A. Treu, gemeente Reimerswaal.
 

De Zanddijkstelling was de hoofdverdediging van Zuid-Beveland, en daardoor ook van Walcheren. Hij ontleende zijn sterkte aan het onder water te zetten polderland. De vijand zou gedwongen zijn over vijf dijken op te trekken, die eenvoudig schoon te vegen zouden zijn met geschut. Diverse infanterie-regimenten (38e, III-40e, I-40e) bezetten de stelling. Bij een Duitse inval zouden Franse troepen hulp komen bieden.


Inval 10 mei 1940

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 inderdaad binnenvielen in Nederland, verminderde de waarde van de twee Bevelandse stellingen al snel. De Franse legerleiding vond de plaats van de Zanddijkstelling niet goed gekozen; met het Kanaal door Zuid-Beveland in de rug zou een eventuele terugtocht chaotisch verlopen. Daarom groeven de Franse troepen zich in in de westelijke kanaaldijk. De communicatie tussen het Franse en Nederlandse leger verliep slecht.

Het Nederlandse detachement Vlake bij de Vlakebrug in 1939. In 1940 blies het Nederlandse leger de brug op om de Duitsers tegen te houden. Foto particulier bezit.
 

De gevechtswaarde van de Nederlandse troepen holde achteruit toen vanaf 12 mei soldaten uit Noord-Brabant onordelijk op Zeeland terugtrokken, en de Duitse acties en superieure bewapening overdreven. Een beschieting van de Bathstelling op 14 mei door de Duitsers leidde tot een ongecontroleerde vlucht van de bezetting. Hiermee werd het moreel van de troepen in de Zanddijkstelling nog verder ondermijnd. Daarbij kwam dan nog het nieuws dat het Nederlandse leger in de rest van het land had gecapituleerd na het bombardement op Rotterdam. De Nederlandse troepen in Zeeland zouden doorvechten, maar niemand had daar een duidelijk beeld bij.

Franse troepen bleven ondertussen toestromen; zij maakten zich gereed om de Duitsers aan het kanaal tegen te houden; het Franse zware materieel was nog onderweg. Op 15 mei zorgde een Duitse luchtaanval op de Zandddijkstelling voor het instorten van een groot deel hiervan. Dit gebeurde ondanks het feit dat men op sommige plaatsen, zoals bij het Kaasgat, in staat bleek de Duitse opmars tot staan te brengen. Toen delen van de stelling leegliepen moesten ook de succesvolle onderdelen terugtrekken.
 

'Franse slag'

Op 16 mei vond ‘de Franse slag’ plaats. De Duitsers slaagden erin het Kanaal door Zuid-Beveland over te steken en overrompelden in het gebied tussen Wemeldinge-Kapelle-Hansweert de Fransen. In korte tijd sneuvelden ruim 80 Fransen. Omstreeks 16.00 uur waren de Duitsers in Goes, waar veel teruggetrokken Fransen krijgsgevangen werden gemaakt. ’s Avonds stonden de Duitsers aan de Sloedam, waar ze opnieuw op de Fransen stootten.
 

Lijst met Rode Kruishelpsters in ziekenhuis Sint Joanna te Goes 1940. Collectie GA Goes


De eenvoudig te verdedigen Sloedam bleek onneembaar voor de Duitsers. De Franse generaal Deslaurens meldde: ‘Tout va très bien’ (alles gaat goed).
 

Fransen op 12 mei in Oostburg in de richting van Breskens. Album Aalbregtse, GA Goes



Er was een zwaar artilleriebombardement op Arnemuiden, Middelburg en Vlissingen nodig om de weerstand te breken. Hierbij ging de binnenstad van Middelburg in vlammen op. Bij het inschepen van de Franse troepen kwam Deslaurens om het leven. Aan het einde van de 17de mei stonden de Duitsers in Vlissingen. Drie SS-bataljons, gemotiveerd en goed bewapend, hadden tien Nederlandse en Franse bataljons verslagen; daarnaast hadden twee Nederlandse bataljons zich aan de strijd onttrokken.

Uit de zorg voor de Franse gesneuvelden kwam na de oorlog de Franse militaire begraafplaats in Kapelle voort. Jaarlijks wordt de slag op 16 mei 1940 hier herdacht.