Juli: Erfgoed is van ons allemaal

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  Juli: Erfgoed is van ons allemaal

Juli: Erfgoed is van ons allemaal

Naar overige maandthema's Jaar van het Cultureel Erfgoed
 


We zijn allemaal erfgenaam van ons erfgoed. Het openbare erfgoed waar we tegenaan lopen als we ons in de vrije ruimte begeven. Particuliere huizen of gebouwen van de overheid, ze zijn gebouwd in een bepaalde vorm en hiermee wordt een beeld geschapen, een indruk gewekt, of een verhaal verteld. Cultureel erfgoed is niet alleen van ons allemaal, het is ook voor ons allemaal.
 

Hoek Kleine Kade / Turfkade met visperk en monumentale woning, foto M.J. de Regt 2017
 

Het zijn ook niet alleen maar de gebouwen die boven de grond staan, ook de sporen in de grond van oudere voorgangers, de archeologie, behoren tot dit erfgoed. Objecten in musea, archieven, kerken, kastelen, daar waar we vrij naar kunnen kijken: allemaal erfgoed.

Bekijk de bijdrage van de regioarcheoloog


Ruimtelijke structuur

Erfgoed vertelt ook hoe dorpen of steden zijn gevormd, zijn gegroeid, hoe de ruimtelijke structuur tot stand is gekomen, en vooral waarom. Vaak liggen de antwoorden over deze vormen in de geologie, in het landschap, in de bodem. In grote delen van Nederland, ook in Zeeland, hebben de zee en de wind het landschap in oorsprong geboetseerd. Dit is het onafzienbare schorrenlandschap, met zijn slikken, geulen, zandruggen.
 

Het schor van Waarde. Foto F.H. de Klerk 2001
 

Al in een vroeg stadium, al in de Romeinse tijd, begint de mens dit landschap naar zijn hand te zetten. Deze periode loopt tot ongeveer 300 na Christus.

Enkele eeuwen later waagt de mens een nieuw poging om het Zeeuwse achterland te betreden en, met vallen en opstaan, te cultiveren. Het patroon van kreekruggen bepaalt waar de wegen komen. Met primitieve dammen wordt geprobeerd de invloed van geulen te verminderen. Ondertussen doet de kolonist aan landbouw, haalt hij de bodem overhoop op zoek naar veen en legt de eerste dijken aan. Op huisterpen met enkele schapenstallen verschaft hij zich meer veiligheid, en dringt steeds verder in het gebied door. De eigendom van de gebieden wordt vaak betwist, er moet worden verdedigd en gevochten.

Eerder al bouwt men in de kuststreken ringwalburgen, vervolgens verrijzen overal in Zeeland in de twaalfde en dertiende eeuw kasteeltorentjes op bergjes.
 

Maquette van de vroegere Berg van Troje in Borssele, Historisch Museum De Bevelanden


Tegelijk stichten de lokale edelen her en der parochies; de eerste dorpskerkjes verrijzen. Van veel dorpen wordt hun vorm nu al bepaald. Ondertussen ontwikkelt de landbouw zich, en pakt men het uitspitten van veen steeds groter aan. Dit dient niet alleen als brandstof, maar ook als grondstof voor de zoutproductie.

Nieuwe dorpen komen later in de middeleeuwen tot ontwikkeling; sommige hebben te lijden van overstromingen en moeten opnieuw beginnen. Sommige verdwijnen, zoals Hongersdijk.

Andere zoals Goes groeien door tot stad (1405). Dit betekent vooral een verandering van de schil rondom de kern, die als dorpsvorm herkenbaar blijft. Het lijkt erop dat Goes ook als kerkringdorp is ontstaan, met de Singelstraat als bewaard gebleven halve ring.
 

De Singelstraat in 1915. Uitgave J. Torbijn
 

Noordelijk van deze ring ontstaat een marktveld. Het oostelijke deel van de ring is volgebouwd in de loop der eeuwen. De vele nieuwere straten in het stadscentrum benemen het uitzicht op de oorspronkelijke dorpskern van Goes, een naam van een kreek ‘gus’, wat een woord uit het Oudhoogduits van de achtste eeuw is en simpelweg ‘stroom’ betekent.


De dorpen: kerkringdorp, wegdorp, dijkdorp- en kanaaldorp

Een klassiek kerkringdorp is Oud-Sabbinge waar helaas van de dorpskerk alleen de opgemetselde fundering bewaard blijft. De naam is erg oud en betekent ‘de lieden van de groep rond Saxbald’.


Oud-Sabbinge in 1993. Luchtfoto Slagboom en Peeters


Kloetinge is vermoedelijk ongeveer even oud, ook een kerkringdorp maar met aan de ring een groot marktveld. De naam zou ‘de lieden van de groep rond Chlodowig’ betekenen.

Wolphaartsdijk raakt een deel van de oorspronkelijke kerkring kwijt als de Hoofdstraat richting de haven (Oude Kade) belangrijker wordt. Het wordt later meer een wegdorp door de route naar het veer over de Zuidvliet (Veerse Meer).

’s-Heer Arendskerke is weer meer een kerkringdorp, maar heeft ook het kenmerk van een dijkdorp door de Vermetstraat die naar de Oude Rijksweg (het vervolg van de ’s-Heer Hendrikskinderendijk) loopt.

’s-Heer Hendrikskinderen heeft eeuwenlang een slechts deels ontwikkelde kerkring met eveneens een belangrijke straat naar de dijk, de Ruigrokstraat-Oude Rijksweg.

Het oorspronkelijke kerkringdorp Wissekerke verliest zijn kerk en de meeste huizen na een periode van groei in de middeleeuwen.

Kattendijke ontstaat na een moeilijke ontstaansgeschiedenis in de late twaalfde eeuw en wordt een dorp met een halve kerkring. Het is meer een wegdorp waar de kerk aan de zijlijn staat.


De kerk van Kattendijke omstreeks 1985. Foto C. Pieters.


Aan het begin van de negentiende eeuw komt Wilhelminadorp tot stand, een planmatig aangelegd kanaaldorp in de polder.


Met dank aan vorige generaties

Het is te danken aan voorgaande generaties, dat zoveel grote en kleine monumenten zijn gebouwd én bewaard zijn gebleven. Vaak waren dit gewone huizen, of onderdelen van huizen, straatmeubilair, en nog veel meer, die van een degelijkheid en deugdelijkheid waren dat ze honderden jaren meekonden. Ook dat het door zijn vorm en ontwerp goed doordacht was, niet storend, volmaakt evenwichtig, functioneel in de tijd dat het werd gemaakt. Bij ons ziet dat functioneel er tegenwoordig heel anders uit.

Het motto voor de gebruikers én de bewaarders van het cultureel erfgoed moet zijn: koester wat je hebt, en kijk vooruit om zoveel mogelijk mensen te laten genieten van je erfenis.