Een stikgoed leven - Maps Torbijn-Reijnhout

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  Een stikgoed leven - Maps Torbijn-Reijnhout

Een stikgoed leven - Maps Torbijn-Reijnhout


In februari werd ze 94, maar ze werkt nog steeds voor het Gemeentearchief! Maps Torbijn-Reijnhout heeft momenteel een tekst uit 1711 onder handen. Niet de makkelijkste. Teksten uit 1500 zijn makkelijker te lezen, vindt ze.
 

Het is een tekst afkomstig uit de Gerechtsrol 1663 - 1772, onderdeel van de Rechterlijke Archieven Zeeland 1456 - 1852. Ze leest de kriebelige teksten vanaf een fotokopie. Mevrouw Torbijn komt niet meer naar het Gemeentearchief, de teksten worden bij haar thuisgebracht door Saar Oostdijk, met wie ze samen transcribeert.
 

Gerechtsrol 1663 - 1772



Vroeger tikte ze alles uit, maar dat lukt niet meer. Nu transcribeert ze, leest het op en Saar noteert het dan. Jaap Oostdijk zoekt de teksten in het archief op en maakt de kopietjes. Ze zijn er al jaren mee bezig. Lees meer over de samenwerking van mevrouw Torbijn, en Jaap en Saar Oostdijk in de nieuwsbrief van zomer 2012. Het werk maakt deel uit van een groot onderzoek naar de rederijkers in Zeeland. De teksten die het drietal transcribeert, bevatten (mogelijk) gegevens over rederijkers.


Gezellig


Haar ogen zijn nog goed, dat blijkt wel. Haar oren ook trouwens, in een gesprek met haar vergeet je al snel haar leeftijd, zo helder en levendig is ze nog. Ze kan niet zoveel onthouden zegt ze, maar voor de rest gaat het goed.

Wel is ze pas nog veertien dagen ziek geweest, bronchitis, en nog niet helemaal de oude. Naar haar zus, die vlakbij woont, is ze al een hele tijd niet geweest. Maar gelukkig is ze wel weer zo opgeknapt dat ze tussen de middag weer met de rollator naar Ter Weel kan lopen voor de warme maaltijd. Ze woont nog zelfstandig, in een appartement in Joanna. In Ter Weel zit ze met een vast groepje aan tafel. Dat is altijd gezellig. En soms eet haar dochter ook mee, of eens een kleinkind van een van de anderen. Pas kwam ze er achter dat ze een bijnaam heeft bij het personeel. Dat ze 'klein vrouwtje' wordt genoemd, of 'lauw water', omdat ze dat altijd drinkt.

Op haar negentigste heeft ze voor het laatst gefietst. Het fietsen zelf ging nog wel, maar ze kwam er niet meer op. Bij een heupoperatie jaren geleden is een zenuw geraakt en sindsdien heeft ze een spalk. Autorijden heeft ze tot haar eenennegentigste gedaan. Tot ze een keer gevallen is bij het oversteken van de weg, naar haar auto toe. Lag ze daar op haar knieën op de 's-Gravenpolderseweg, haar stok weggerold en niet denken dat er eens iemand stopt!

Mevrouw Torbijn lijdt aan een zeldzame huidziekte. Dat was trouwens ooit de aanleiding dat ze oud schrift ging leren en haar stamboom maken, om de genetische aanleg in beeld te brengen. Voor deze ziekte heeft ze al veel operaties moeten ondergaan. Maar daar zeurt ze allemaal niet over.

Dat ze niet meer kan gaan en staan waar ze wil, dat mist ze, dat is erg.  Ze willen allemaal helpen, de buurvrouw doet boodschappen, Saar neemt eens wat mee, haar dochter doet veel, maar toch.


Jenny Weijerman


Mevrouw Torbijn werd als Maatje Reijnhout aan de Kloetingseweg geboren. Toen ze een jaar of vijftien was, veranderde ze haar naam samen met een vriendin die ook Maatje heette. Maps was de oudste van het gezin, ze had twee zussen en een broer. Ze woonden naast dr. Jenny Weijerman, naar wie later een straat in Goes vernoemd is. Weijerman is de man achter de spoorlijn op Zuid-Beveland, die 1927 geopend werd. Aan de restanten hiervan danken we nu nog de stoomtrein Goes-Borsele. Ze hadden er een goede buurman aan, want vader Reijnhout kreeg een baan bij het spoor aangeboden. Voor die tijd ging hij met zijn vader, die boomkoopman was, mee bomen kappen overal op Zuid-Beveland. Toch ging hij er niet op in, hij nam de kolenhandel van Bliek aan het Schotje van Armoe (Groene Weidje) over.

De Kloetingseweg in 1915. Geheel links is het spoorhuisje, rechts daarvan een onbewoonbaar verklaarde woning en daarnaast het huis waar de Reijnhouts woonden. Foto collectie Bitter-van Opstal.



Het geboortehuis is er niet meer, dat moest plaatsmaken voor de aanleg van de Willem Zelleweg langs het spoor. De Reijnhouts verhuisden toen naar de Voorstad. Dat zal in 1923 geweest zijn, Maps was een jaar of anderhalf. Eerst woonden ze in een oud huisje, maar al gauw konden ze het huis ernaast kopen, een huis met een schuur. Daar was ruimte voor de handel in steenkolen en olie.
 

Het eerste huis aan de Voorstad. Het meisje achter op de fiets is Maps, met haar moeder C.J. Reijnhout-Schikker. Rechts van haar staat vader Jan Reijnhout. De foto is genomen op Koninginnedag 1923. Het pand werd in 1932 afgebroken.


Terwijl ze er een nieuw huis lieten bouwen, woonden ze een tijdje in de schuur. Het huis is er nog, makkelijk herkenbaar door de muurreclame van Reijnhouts Olie- en Kolenhandel.
 

De muurreclame is onlangs gerestaureerd.


Goede leerling
 

Aan de Voorstad spelen zich veel herinneringen uit haar leven af. Haar lagere school was in de buurt, school A aan de Dam en Van de Spiegelstraat. Dat kwam haar moeder nog op een boze dominee te staan, want die wilde dat ze naar de christelijke school aan de Nieuwstraat ging.

Met een groepje van vier meiden ging ze naar de mulo. De andere meisjes bleven in de eerste klas zitten, maar zij deed het goed. Toch moest ze van school af. Het dienstmeisje was ziek en haar vader zei 'Als je zelf een flinke meid hebt, dan ga je toch niet met een vreemde klungelen'. 's Morgens hielp ze thuis en 's middags ging ze naar de vakschool. Haar moeder vond het belangrijk dat ze leerde koken en naaien.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ze had gehoord dat het op de handelsavondschool zo gezellig was. Die was in het gebouw van school A.  Ze mocht erheen van haar vader. Veertien was ze toen en ze had nog nooit zo'n leuke school gehad. Bijna allemaal jongens zaten er in de klas, ze was er met nog drie meisjes. Op de eerste schooldag, ze zat koud in haar schoolbank, werd ze op haar schouder getikt. Achter haar zat een jongen uit haar buurt: hee, zit jij hier ook! Bij de meisjes leverde haar dat scheve ogen op: ze is er nog maar net en ze praat al met de jongens. Ze trok zich er niets van aan, leerde goed en slaagde voor deze vierjarige opleiding met allemaal zevens. De drie meisjes waren toen al weg, die hadden het niet gered. Vervolgens haalde ze nog haar middenstandsdiploma en diploma costumière.


Hulpverpleegster


In de Voorstad zag ze ook voor de eerste keer de Duitse soldaten, daar heeft ze nog een sterk beeld van. Ze gaf zich op voor een cursus ehbo, om hulpverpleegster te kunnen worden, want ze had gehoord dat je anders munitie moest gaan inpakken voor de Duitsers. In het gasthuis, waar nu de bibliotheek is, liep ze stage. En inderdaad, op de dag dat de oorlog uitbrak moest ze meteen aan het werk, de school aan het Bleekveld schoonmaken. Die zou gebruikt gaan worden als noodziekenhuis, want het gasthuis was nu voor Duitse patiënten. Na het poetsen kwam het inrichten met ledikanten en bedden. Dat had wel wat, vond ze.

Nadat ze een tijd als hulpverpleegkundige gewerkt had, werd ze gepromoveerd tot zaalzuster, van de mannenzaal. Dat was wel een ontgroening natuurlijk, want ja, wist zij veel hoe een man er uitzag. Ze herinnert zich sommige patiënten nog. Een man van negentig jaar met prostaatkanker en een man die een kogel gekregen had en helemaal onder het bloed zat. Ze weet ook nog dat er een keer een stuk ontbijtkoek over was en dat zij dat kreeg omdat ze net aan haar blinde darm geopereerd was.


Woningnood


In 1945 trouwde ze met Jan Torbijn, ze kende hem van de korfbal en de dansles, en ook daarna bleef ze nog een tijd aan de Voorstad wonen. Bij een mevrouw in de straat kon het jonge echtpaar inwoning krijgen, er was woningnood. Toen er gezinsuitbreiding op komst was en ze voor een woning in aanmerking zouden komen, probeerde de hospita uit alle macht om ze te houden. Ze was bang gedwongen inwoning te krijgen van mensen die haar niet aanstonden. Ze ging zelfs zo ver een ambtenaar op de mouw te spelden dat het stel het allemaal verzonnen had, puur om een woning te krijgen. Maar, het was 'wel duvels waar' dat ze in verwachting was. Dat huis kwam er dan ook, aan de Oude Singel.

De Oude Singel in 1975 met links het rijtje waar het gezin van Jan en Maps Torbijn enkele jaren woonde (het middelste huis met dakkapel). Het witte pand op de hoek is fietsenwinkel Van de Kreeke, rechts daarvan de bierhandel van Baarends. Kort daarna zijn de huizen gesloopt om plaats te maken voor de huidige ouderenwoningen.


Daar hebben ze niet heel erg lang gewoond, ze gingen boven de winkel in de Ganzepoortstraat wonen.


Kantoorboekhandel Torbijn


Vanaf haar trouwen werkte ze bij haar man in de winkel, kantoorboekhandel Torbijn, een begrip in Goes. Vader Jacob Torbijn zat toen nog in de zaak. Joop, de broer van Jan, werkte er ook. 
 

In het midden, met de uithangborden, de winkel van Torbijn aan de Ganzepoortstraat 22 in 1964. Heel in het begin heeft de winkel nog even aan de Lange Vorst gezeten.

Alles deed ze er, klanten helpen, administratie, bestellingen wegbrengen, maar ook veel schoonmaken, meer dan haar lief was. Schrobben, lopers kloppen. Zwaar werk was dat, ze had wel graag vloerbedekking gehad, maar dat ging niet door. Vrijdagsavonds stond ze buiten de ramen te zemen en als ze dan alle mensen naar de kerk zag lopen, dan had ze weleens medelijden met zichzelf.

Daarnaast had ze haar eigen huishouden met drie kinderen. Ze vond ook nog de tijd om veel kleren zelf te maken, tot aan trouwjaponnen en spijkerbroeken en -jasjes aan toe.


Diploma kantoorboekhandel
 

Het middenstandsdiploma kantoorboekhandel behaalde ze ook, samen met Jan. In een razendsnel tempo. Dat kwam zo. Het was nog oorlog en vader Torbijn had Joods bloed. Het risico zat erin dat hij opgehaald zou worden en daarom was het belangrijk dat ze het diploma hadden. Dan gingen ze 's zondags naar het Goese Sas en zaten ze daar de hele dag nog te leren.

Het was een moeilijke opleiding. Zesendertig behandelingen voor het maken van een gouden pen moest je leren! En hoe ze papier maken. Zelfs moest je een papier op je hand leggen en dan het gewicht noemen. Schrijfmachines, daar moest je ook alles over weten, alle technische details.

Het examen was in Amersfoort. Na afloop logeerde ze bij een tante in Amsterdam. En een jeuk dat ze 's nachts had. Ja, ze had in Amsterdam in de tram gezeten, en, vaste prik, dan kreeg je vlooien. Bij het examen zaten verder nog zeven mannen, allemaal kantoorboekhandelaren, maar Maps had de beste cijfers.


Fotografie


Behalve in kantoorbenodigdheden deed de winkel ook in foto's. Je kon er je foto's laten ontwikkelen en afdrukken, dat deden zussen van Jan. Maar vooral werden er foto's gemaakt voor ansichtkaarten die in de winkel verkocht werden. Daarvoor kwamen ze tot in Breda en Zeeuws-Vlaanderen toe. Stadsgezichten vooral.
 

Jan Torbijn aan het werk, jaren dertig.


Het werken in opdracht gaf stress, herinnert ze zich nog. Je zat altijd met het licht. In de zomer zat je met de bomen, want dan zag je te weinig van de omgeving. En op dagen als Koninginnedag kon je ook niets, want dan hingen er overal vlaggen. 


Allemaal J's
 

Eind jaren negentig werd de winkel gesloten, maar de naam J. Torbijn leeft voort. Er was Jacob, die de zaak oprichtte, en zijn zonen Jan en Joop. Jacobs vader, grootvader en overgrootvader hadden ook namen die met een J begonnen. Haar eigen zoon heet Job. Ze vindt het leuk dat er ook weer een kleinkind is bijgekomen dat J. Torbijn heet, dat is Joris. Ze heeft acht kleinkinderen en negen achterkleinkinderen.


Reizen


Ze verloor haar man al vroeg, op haar tweeënvijftigste. Ze ontmoette een vrouw van haar leeftijd die ook net weduwe geworden was en dat klikte. Samen trokken ze eropuit. Eerst voorzichtig met een busreis voor christelijke oudjes naar ergens in Nederland, maar al gauw ging het naar Duitsland, Mallorca, Israël, Noorwegen, Oostenrijk, Italië enzovoort. Ze heeft er vele vrolijke verhalen over. In Botswana is ze twee keer een periode van zes weken geweest, de schoonzoon van haar reisvriendin werkte daar aan een universiteit.

Nog steeds maakt ze graag een uitstapje. Als ze haar dochter met haar naar de dokter gaat, of naar de tandarts in Vlissingen, dan gaan ze altijd ergens een kopje koffie drinken of iets eten.


Lezen en schrijven
 

Het laatste jaar is ze erg achteruit gegaan, vindt ze. Hobby's heeft ze een voor een moeten opgeven. 's Morgens kan ze niet schrijven doordat haar handen te veel beven, iemand komt haar helpen met wassen en aankleden.

Maar, lezen gaat nog goed. Zondag heeft ze nog een heel boek gelezen, een grote-letterboek uit de bibliotheek, die neemt Saar voor haar mee. Elke dag leest ze de krant van A tot Z. En bijna elke dag nog pakt ze het oud schrift weer op, even kijken of ze niet nog iets kan ontcijferen. Zou het door het lezen komen dat ze nog zo helder is? Ze denkt van wel ja, bezig blijven met je verstand is belangrijk. Televisie kijken doet ze niet zo veel, na het eten even, maar niet te lang anders kan ze niet slapen.

Ze is altijd gek op taal geweest. Lezen en schrijven. Als haar leven anders was verlopen, had ze misschien wel onderwijzeres willen worden. Als er iets gevierd moest worden, was het Maps die de toneelstukjes schreef. Ze begon met het stamboomonderzoek naar haar familie en het werd een heel boek. Het lintenspel, waarbij meisjes met gekleurde linten in patronen lopen en waarbij gezongen wordt, deed ze altijd graag en zij maakte daar ook tekstjes voor.

Schrijven deed ze ook in haar agenda, elke dag de bijzonderheden van die dag. Aan het eind van het jaar schreef zij de belangrijkste gebeurtenissen over in een boekje. Feesten, sterfgevallen, vakanties, haar operaties. Dat deed ze vanaf 1962 en ze heeft het tot 2013 volgehouden. Toen werd het te vermoeiend. In dat boekje staan alle hoogte- en dieptepunten uit haar leven. Ze bladert er wel eens in om iets op te zoeken en dan denkt ze toch wel: wat heb ik niet allemaal gedaan, overal ben ik naar toe geweest. En dan vindt ze dat ze een stikgoed leven heeft gehad, wel wat ongelukjes en operaties, maar toch.
 

Maps Torbijn met het boek waarin ze van jaar tot jaar de gebeurtenissen in haar leven bijhield.


En de genealogie? Dat kan ze niet meer, zegt ze, daar heb ik geen tijd meer voor, alles gaat zo langzaam. Hoewel. Soms wordt ze nog weleens gevraagd, laatst nog. Toen kreeg ze een vraag over een Reijnhout die in Nagasaki begraven ligt. Dan gaat ze dat toch weer 'uut zitten peuteren'.


Juni 2015