December: Grenzeloos erfgoed: Europa en Goes

Gemeentearchief
HOME  |  Documenten  |  December: Grenzeloos erfgoed: Europa en Goes

December: Grenzeloos erfgoed: Europa en Goes

Naar overige maandthema's Jaar van het Cultureel Erfgoed


Europa en Goes

In sommige periodes in de geschiedenis van Goes is ‘Europa’ erg dichtbij. Daarbij gaat het ofwel om oorlogvoering, een buitenlandse vijand komt naar Zeeland, ofwel om handel, buitenlandse handelaren komen naar Goes en Goese schippers en ondernemers trekken Europa in.


Romeinen

Nu er overal rond de stad sporen van inheems-Romeinse bewoning worden gevonden, zoals in Biezelinge en Ellewoutsdijk, kunnen we dit overzicht starten met de Romeinen. In Zeeland komen in de eerste eeuwen van de jaartelling twee handelsplaatsen met een Nehalennia-tempel tot stand: bij Domburg en bij Colijnsplaat. Handelaren in zout en vissaus wagen hiervandaan de oversteek naar Brittannië. Komen ze veilig terug, dan ‘offeren’ ze een stenen altaarsteen aan Nehalennia. Die zijn bij tientallen tegelijk gevonden bij Colijnsplaat, en eerder bij Domburg. In Zeeland leeft dan de stam van de Menapiërs.


Votiefstenen gewijd aan de godin Nehalennia in de Archeologiezaal van het Museum voor Zuid- en Noord-Beveland (nu Historisch Museum De Bevelanden) in 1987. Foto A. de Jong.


Duitser, Skandinaviërs,  Sueven, Friezen, Franken, Engelse missionaris

Rond het jaar 300 na Christus beginnen zeevarende stammen uit Noord-Duitsland en Scandinavië de Noordzeekusten te bezoeken met minder goede bedoelingen. Hun plunderingen verdrijven de kustbevolking; het geleidelijke stijgen van de zeespiegel helpt hieraan mee. Na enkele eeuwen verschijnt een nieuwe stam uit hetzelfde noord-Europese gebied: die van de Sueven. Op veel plaatsen vestigt deze stam zich; namen als Zweden en Zwaben (Dtsl.) zijn hiervan afgeleid. Zelfs in Spanje komen ze terecht. Aan de Noordzeekust nestelen ze zich ook; het woord ‘Zeeuwen’ zou van Sueven zijn afgeleid. Als rond 700 de Friezen de Noordzeekust beheersen gaan ze blijkbaar in deze stam op. De Friezen maken later plaats voor de Franken. De Engelse missionaris Willibrord plant het christendom in Zeeland, maar daar moeten we nog geen hoge pet van op hebben.
 

Missionaris Willibrord. Bron: Willibrord Entoen.nu, Bibliothèque nationale de France/Latin 10510


Vlamingen, Vikingen, Franken en Denen

Ondertussen wordt ten zuiden van het huidige Zeeland een volk steeds machtiger: de Vlamingen. Als de Vikingen op hun beurt de kusten afstropen ondervinden ze veel weerstand van de eerste Vlaamse graven. In Zeeland proberen de Franken de drakenschepen te weren door het bouwen van ringwalburgen. Op Walcheren stationeert men een Deens huurlingenleger in de burgen, wat een weinig betrouwbare oplossing blijkt te zijn.


Vlamingen en Hollanders

Het Zeeuwse achterland is dan nog nauwelijks bevolkt. De eerste kolonisten wagen zich kort voor het jaar 1000 in dit schorrengebied en zoeken de hoogste gronden op om zich met hun schaapskudden te vestigen. Ook Goes is zo’n kolonie, genoemd naar een brede kreek de Gos, wat simpelweg ‘watergang’ betekent. De schaapskudden zijn eigendom van Vlaamse abdijen, die regelmatig de wol opbrengst komen halen.


Ruïne van de Sint Baafsabdij in Gent. Een van de verklaringen van de naam Beveland is dat dit van deze abdij komt.


Zeeland is dan een leengebied van Vlaanderen, maar dat vinden de plaatselijke edelen maar niets. Diverse keren komen ze in opstand tegen de Vlaamse graaf, wat strafexpedities en oorlogen tot gevolg heeft. Vooral op Walcheren worden deze uitgevochten. Ten noorden van Zeeland begint dan een onbeduidend graafschap aan gewicht te winnen: het graafschap Holland ontwikkelt zich tot een serieuze concurrent van Vlaanderen. Hun invloedsferen botsen in Zeeland. Uiteindelijk kan Holland na 1300 Zeeland tot zijn territorium rekenen. De graaf van Holland is sindsdien tegelijk graaf van Zeeland.


Vlamingen, Walen, Fransen, Engelsen, Schotten, Spanjaarden

Opkomende plaatsen als Goes slagen erin om in diverse gewesten tolvrijdommen te krijgen. De handel wordt daar sterk door bevorderd. Met het verbeteren van de haven rond 1200 en de aanleg van het kadengebied krijgt de handel eveneens een impuls. Grotere schepen kunnen hierdoor dichter bij de bewoningskern rond het marktveld, de latere Grote Markt, komen.
 

Goes in 1560, met haven en kaden en Grote Markt, kaart Van Deventer


Buitenlandse handelaren beginnen Goes  te ontdekken in de veertiende eeuw. Ze zijn afkomstig uit Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk, Engeland, Schotland, Spanje. Gegevens van de tollen in Zeeland bieden in de vijftiende eeuw een kijkje op het grote aantal goederen dat over de wateren van Europa zijn weg vindt. Zeeland maakt dan deel uit van de Bourgondische Nederlanden, nadat Jacoba van Beieren van haar gebieden afstand heeft moeten doen. Onder de Bourgondiërs komt het Hof van Holland als hoogste rechtscollege tot stand. Een poging tot centralisatie van het bestuur in het Parlement van Mechelen mislukt voorlopig. Nadat Goes in 1405 stad is geworden krijgt de weekmarkt op dinsdag steeds meer betekenis, en eveneens de vanaf 1417 bestaande jaarmarkt. De plaatselijke gilden gaan goederen produceren voor een groot afzetgebied.


Raad van Mechelen

In de zestiende eeuw komt in Brussel het bestuursapparaat voor de Nederlanden tot ontwikkeling als een verre voorloper van de EG. De Grote Raad van Mechelen wordt het centrale rechtsorgaan voor de Nederlanden. Karel V benoemt landvoogdessen, die vanuit Brussel de Nederlanden besturen: Margaretha van Savoye (1507-1530), Maria van Hongarije (1530-1555) en Margaretha van Parma (1559-1567). Vóór Margaretha is Philibert van Savoye landvoogd (1555-1559), en na haar wordt dit de hertog van Alva (1567-1573).


De Goese zoutzak

Vanaf het midden van de vijftiende eeuw begint in Goes de zoutproductie belangrijker te worden. Langs de kaden bouwen ondernemers steeds meer zoutketen, waarin de vuren onder de zoutpannen branden. De Goese zoutzak, herkenbaar aan een loodje met stadswapen, wordt bekend in heel Europa. Met name Duitsland is een grote afnemer van dit product.
 

Zoutbrief van de stad Goes voor schipper Rombout Jacobsz. uit Gouda betreffende de kwaliteit van een door hem gekochte partij zout, gezoden door Pieter Cornelisz. van Dale, 2 juni 1550. Met het opgedrukte zoutzegel van de stad onder een papieren ruit. Gemeentearchief, Leiden, stad 1, nr. 981. Uit: dr. C. Dekker, afb. 180, pagina 403.



Stempel van het zoutzegel. Uit: dr. C. Dekker, "Een schamele Landstede" - Goes 2002. Foto Adrie Verburg.


Vlamingen, Henegouwers en Brabanders

In de poorterboeken komen veel ‘Europeanen’ voor die inwoner van Goes worden. De eerste ‘buitenlander’ die we tegenkomen is Pier Jacopssone die Vlaminc, een kleermaker die in 1449 bij een stadspoort woont. Kort daarop, in 1457, laat ‘Vlaemssen Janne dat appelwijf’ zich inschrijven. Vele tientallen Vlamingen, Henegouwers en ook Brabanders zullen in de eeuwen daarna volgen, zeker na 1580 als protestantse zuiderlingen een goed heenkomen naar de Noordelijke Nederlanden zoeken. In de Goese trouwboeken van rond 1600 wemelt het van de echtparen waarvan één van de partijen of allebei, uit het zuiden komen.


Duitsers, Fransen, Italianen, Walen, Spanjaarden

In 1490 schrijft meester Jan van Keulen zich in als poorter. Van veel verder weg komt meester Anthonis Wegel, namelijk uit Lubeck in 1548. In 1568 wordt smid Hars Franck uit Tours in Touraine poorter. Een collega van hem, Sijmon Dionysius, komt uit Turijn, in 1572. Dan verblijven ook Waalse en Spaanse soldaten in de stad, die Goes tot 1576 bezet houden voor de Spaanse koning Filips II.
 

Het beleg van Goes in 1572.  Tekening, anoniem, naar een verloren gegaan schilderij.

Daarna gaat de stad over naar de zijde van de Prins van Oranje.


Import uit Skandinavië, Zwitsers, Luxemburgers/Duitser, huurlingen, Fransen

De welvaart neemt toe: het aantal huizen stijgt en er worden nieuwe straten aangelegd om de toevloed aan nieuwe inwoners te huisvesten. De scheepvaart en handel blijven sindsdien wat dichter bij huis, met enkele uitzonderingen. In 1651 stichten enkele ondernemers de ‘Noordse Compagnie’, die zich op de vaart naar Scandinavië richt. Vermoedelijk wil men hier hout halen. Korte tijd later vestigt de houthandelaars- en houtzagersfamilie Harinck zich aan de J.A. van der Goeskade. Zij zullen honderden jaren lang de import en het verwerken van hout beheersen, zeker als ze een houtzaagmolen bouwen. Door de eeuwen heen weten ondernemende mensen uit andere landen Goes te vinden om een bestaan op te bouwen. Een voorbeeld is Abraham Tappy, een Zwitserse horlogemaker, die via Londen en Veere rond 1770 in Goes arriveert, en zijn fortuin maakt. Ook de Luxemburger (of is hij een Duitser?) Johan Frederik Metzger, stadsarchitect rond 1800) wordt een Goesenaar. Daarnaast komen huurlingen uit het Staatse leger in Goes terecht. De inlijving van Nederland bij het Franse keizerrijk betekent iets teveel Europa. Jonge mannen moeten in dienst om met Napoleon half Europa te bevechten, wat velen het leven kost, ook Goesenaars.


Spoorwegen, toerisme, oorlog

In de negentiende en twintigste eeuw komt Europa steeds dichterbij, zeker als rond 1870 Goes aansluiting krijgt op het spoorwegennet.




Station Goes in 1868.


De telegraaf is al twintig jaar eerder aangelegd, waarmee niet alleen Europa maar de hele wereld binnen handbereik komt. Een ondernemende Zeeuw als Johannis de Rijke (Colijnsplaat 1842) pakt in 1873 gewoon vanuit Roosendaal de trein naar Marseille, om daar aan boord te gaan van een stoomboot naar Japan.
 

Johannis de Rijke


Reizen binnen Europa worden na 1900 steeds gewoner; het toerisme komt al op. De Eerste Wereldoorlog vormt een ernstige onderbreking in deze ontwikkeling, en hetzelfde geldt voor de Tweede Wereldoorlog.

De toegenomen welvaart na 1960 betekent meer vakantie, het eigen autootje, vliegvakanties, tweede huizen in het buitenland. Europa was nog nooit zo dichtbij.