Isabella de Moerloose (1660 of '61-na 1712), schrijfster

HOME  |  Rubrieken  |  De Goese jaren van  |  Isabella de Moerloose (1660 of '61-na 1712), schrijfster

Isabella de Moerloose (1660 of '61-na 1712), schrijfster

Deze feministe avant la lettre had rond 1690 een linnenwinkel aan de Vlasmarkt. Daar schreef zij een boek dat haar in de problemen bracht.

De Vlasmarkt omstreeks 1910 met rechts hotel De Koophandel. De winkel van Isabella was opgeslokt door dit hotel, dat ca. 1900 werd gebouwd. Nu staat er een kantoorpand.


Dolhuis Amsterdam

Het laatste dat we weten van Isabella de Moerloose is dat ze in 1712, ze is dan ongeveer vijftig jaar oud, uit het Amsterdamse Dolhuis wordt ontslagen. Ze heeft een uniek boek nagela­ten dat haar op verbanning, gevangenis­straf en opname in een ge­sticht is komen te staan.
 

Het boek is haar levensbeschrijving en draagt de merkwaardige titel: "Vrede Tractaet, gegeven van den hemel door Vrouwenzaet". Het ver­schijnt in Amsterdam in 1695. Ze schrijft uitvoerig over haar opvoe­ding, ideeënwereld, ervaringen, volksgeloof, huwelijk en sexualiteit. Interessant is dat Isabella de Moerloose, afkomstig uit Gent of de omstreken daarvan, getrouwd is geweest met de dominee van Heinkens­zand. Die periode in haar leven wordt hier belicht.


Van Gent naar Heinkenszand

Omstreeks 1685 belandt Isabella vanuit Gent via Middel­burg in Hein­kenszand. Ze wordt gouvernante voor de twee kinderen van de al bejaarde predikant Laurentius Hoogentoorn, een weduwnaar van ongeveer 65 jaar. Als 25-jarige krijgt ze de zorg over de kreupele Adelaer en Francijntje Hoogen­toorn, twee pubers van een jaar of vijftien, zestien. Het dorp gonst van de geruchten over de predikant met zijn jonge kinderjuf­frouw: "het moet de vaders hoere wesen of kokebijne", fluistert men.


Huwelijk

Als Isabella hooglopende ruzie met de oude Hoogentoorn krijgt woont ze enige tijd op kamers in het dorp. Ze durft niet uit Heinkenszand te vertrekken uit vrees voor nog meer roddels: "dat ick swanger was en henen ginck om mijn packje te lossen". Nadat ze 5 jaar in betrek­king is geweest, waarbij ze soms moeite moet doen om zich de predi­kant van het lijf te houden, trouwen ze. Het leeftijdsverschil van veertig jaar staat het huwelijksgeluk niet in de weg. Met deze verbin­tenis gooit Hoogentoorn roet in het eten van de Goese baljuw Evers­dijck, die zijn nicht aan de dominee wil koppe­len. De nicht heeft volgens Hoogentoorn "soo veel vlees en bloet als een Spaens ancker", zodat hij geen belang­stelling heeft. Hij heeft toch al geen hoge pet op van de Goese regenten: "Ze nemen slutjes van wijfs om het goet en spelen mooy weder met andere". De echte­lieden in de pastorie van Heinkens­zand zijn redelijk aan elkaar gewaagd. Isabella kan als dat nodig is goed tegengas geven aan haar bejaarde echtgenoot. Ze geven elkaar koos­naam­pjes zoals liefje, hertje, Betje en Lautje. In bed spreekt Isabella haar man overigens soms aan met U Edele. De kinderen noemen hun stiefmoeder mama of mamietje, en hun vader papa.


Opvoeding

De dominee is trots op zijn veel jongere, aantrekkelijke vrouw. Zelfs tegen zijn kinderen roemt hij haar: "Zy is so sot met my, zy sou my wel opeeten of inswelgen". Isabella zit dan met schaamrood tot achter de oren erbij. In haar boek is ze veel openhartiger over haar sexuele relatie met haar echtgenoot. Onderwerpen als menstruatie ("wanneer de maen achter de kerck is"), onthouding, het krijgen van kinderen, opvoeding, al deze onderwerpen komen aan bod. In tegenstelling tot de dan gangbare opvoe­dingstheorieën vindt Isabella dat kinderen worden bedorven door slaag. Ze keurt tevens het bang maken van kinderen scherp af. In haar jeugd is ze zelf bang gemaakt voor "den man met den langen man­tel", die kinderen meeneemt en ze laat stikken met een bal in de mond. Opvoeders verzonnen en verzinnen nog steeds boemannen om kinderen bij het water vandaan te houden (Jan Haak), om mee te dreigen als ze onwillig zijn, of om andere redenen. Andere dreigende figuren zijn in Isabella's tijd de bulleman, haantje pik, de vleer­muis, de weer­wolf, de tenensnijder. Om kinderen uit het koren te houden verzint men de drie bloedpaters, die zich in het graan verbor­gen houden en ieder die ze te pakken krijgen om zeep helpen. In Antwerpen worden de kinderen later bang gemaakt met de bloedka­ros, die kinderen die te laat op straat spelen voorgoed doet verdwij­nen.


Goes

Nadat ze twee jaar getrouwd zijn, overlijdt Hoogentoorn. Bij de verdeling van zijn erfenis raakt Isabella in conflict met haar stiefkinderen en verlaat Heinkenszand. Enkele jaren woont ze in Goes. Kort na het overlijden van haar man begint Isabella aan haar boek. Ze voelt zich geroepen om haar vrijmoedige ideeën en ervaringen met name aan andere vrouwen door te geven. De hervormde classis van Zuid-Beveland, de vergadering van de Beve­landse predikanten, ziet weinig in die roe­ping. De classis verzet zich fel tegen haar pogingen om haar ge­schriften gepubliceerd te krijgen. Op aandrang van de predi­kanten staat ze in 1694 in Goes terecht voor "haere confuse schrif­ten", waarop ze verbannen wordt. Met veel moeite slaagt ze erin om in 1695 haar boek te laten drukken.


Spinhuis Amsterdam

Enkele jaren later drijft ze ille­gaal een schooltje in Amstelveen, waar ze de kinderen "zeer godlooze ende verfoeijlijcke dingen" leert. Een burgemeester van Amsterdam die tegelijkertijd ambachtsheer van Amstelveen is laat haar arresteren. Vanaf 1699 verdwijnt ze in het Spinhuis in Amsterdam, vanwaar ze in 1706 naar het Dolhuis verhuist, om in 1712 daaruit ontslagen te worden. Het is niet bekend waar ze haar laatste levens­jaren heeft doorge­bracht.



April 2018

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de rubriek Even omzien in de PZC van 5 mei 1998. Naar  Isabella de Moerloose doen wij nog nader onderzoek. Op termijn wordt dit artikel aangevuld.