Buitenplaatsen Kloetinge

Gemeentearchief
HOME  |  Beeldbank  |  Buitenplaatsen Kloetinge

Buitenplaatsen Kloetinge

Van de familie Lenshoek ontving het Gemeentearchief een groot aantal foto's, waaronder vier foto's van de buitenplaatsen Welgelegen en Ma Retraite.

De foto's komen binnenkort ook beschikbaar via onze Foto-atlas. De foto's mogen alleen gebruikt worden met toestemming van het Gemeentearchief.

 

 

De buitenplaatsen Welgelegen en Ma Retraite in Goes in de 19e eeuw

(Tekst ontleend aan: Over ambachtsheren en kasteelbergen, de geschiedenis van twee buitenplaatsen in Kloetinge, Marian Lenshoek-Smeets en Ronald van Immerseel, Goes 2006.)

 

 

Buitenplaats Welgelegen

Kloetinge had vroeger meer buitenplaatsen. In de huidige Goese Voorstad, ter hoogte van de Van Dusseldorpstraat, lag destijds het huis Welgelegen dat in bezit is geweest van verschillende generaties Kakebeeke. De Kakebeekes waren welgestelde grondeigenaren; vandaar wellicht dat de gevel was versierd met een fronton waarop een zeis en een dorsvlegel waren afgebeeld.

In de negentiende eeuw woonde Jacob Kakebeeke (1774-1863) op Welgelegen. In 1862 bracht koning Willem III een bezoek aan Zeeland. Dit was aanleiding voor Jacob Kakebeeke om een erepoort op te richten tussen de buitenplaats en de hofstede Den Grooten Boomgaard. Op 27 mei 1862 passeerde het koninklijke gezelschap op route naar Goes het huis Welgelegen, waar: “op dit punt hulde werd gebragt van den Nestor der Zeeuwsche landbouwers, den acht-en-tachtigjarigen heer J. Kakebeeke, die voor zijne buitenplaats en boerderij, op welke hij reeds acht-en-zestig jaren het landbouwersbedrijf had uitgeoefend, eene eigenaardige eerepoort had doen oprigten, geheel en al zamengesteld uit werktuigen en attributen van den landbouw, sierlijk geschikt tusschen bloemen en groen. (…) Aan de eene zijde las men het opschrift: hulde aan onze beschermheer, aan de andere zijde: landbouw en veeteelt. Z.M. sprak den waardigen grijsaard allervriendelijkst toe en uitte den wensch, dat hij nog menigen oogst mogt zien rijpen.”[1]

Welgelegen werd na de bevrijding in 1944 gebruikt als opleidingsplaats voor de Bijzondere Kerkelijke Gezinszorg. Het Rode Kruis zond, vooruitlopend op de door de Nederlands Hervormde kerk opgezette opleiding tot maatschappelijk- en diaconaal gezinsverzorgster, sociale verbindingsgroepen vooruit die ook op het terrein van de gezinszorg het nodige verkenningswerk verrichtte. Deze groepen kregen wekelijkse cursussen over de noodvoorziening gezinszorg. Na hun opleiding werden de meisjes naar het westen van het land gezonden. Welgelegen de Voorstad 82 was de cursusplaats. De cursussen hebben geduurd tot 31 januari 1947. Ze moesten gestopt worden door gebrek aan cursisten.[2]

 

 

 

 

Ma Retraite

De buitenplaats Ma Retraite is gebouwd door Adriaan Kakebeeke (1803-1889), zoon van Jacob Kakebeeke van het huis Welgelegen. Aanvankelijk woonde hij aan de Grote Markt te Goes en liet op hoge leeftijd Ma Retraite bouwen naast Welgelegen, op de plaats waar nu de Goese Bergweg aansluit op de Patijnweg. Kakebeeke was notaris en lid van Provinciale Staten van Zeeland (1850-1868). Bijzonder aan de fraaie woning was de veranda, die rondom het huis was aangelegd. Later bewoonde zijn enige zoon, Jacob Quirinus Cornelis Peman Kakebeeke (1835-1888) Ma Retraite. Hier zijn al zijn kinderen opgegroeid, waaronder Jakoba Quirina Cornelia (Quirien), de latere echtgenote van W.F.K. Lenshoek.

Nadien werd Ma Retraite bewoond door Elisabeth Johanna (Betsy), de oudste dochter van Jacob Quirinus Cornelis Peman Kakebeeke. [3] Zij was getrouwd met Philip Robert Claus. Het huis werd sindsdien ook wel de Villa Claus genoemd. De villa is in 1931 aangekocht door de gemeente Goes.

 

Zowel Welgelegen als Ma Retraite zijn afgebroken, vermoedelijk vanwege de annexatiedrang van de gemeente Goes. Ons Zeeland, jaargang 1931, nummer 09, 15 mei 1931, schrijft: “De gemeente Goes heeft de villa Ma Retraite, liggend in de gemeente Kloetinge, aangekocht en verkreeg daardoor niet alleen een fraai buitenverblijf, maar tevens een stuk grond van het naburige dorp, dat gedeeltelijk op annexatie wacht.”

 

Schoonoord

Op Kloetings grondgebied stonden vroeger ook de buitenplaats Schoonoord en de ernaast gelegen boerderij De Hollandsche Hoeve die voor het eerst wordt vermeld in 1733.[4] De witte villa stond op de plaats stond waar nu het Goese recreatiepark Hollandsche Hoeve is gevestigd. Schoonoord was eigendom van Johanna Adriana Fock (1808-1848), die op 20 april 1838 trouwde met mr. Pieter Johannes van Voorst Vader (1805-1869). Of het huis toen reeds bestond of dat het na het huwelijk is gebouwd is niet bekend. De Hollandsche Hoeve is op 18 mei 1841 namens zijn vrouw gekocht door P.J. van Voorst Vader van Jacob Kakebeeke (1774-1863), de eigenaar van de buitenplaats Welgelegen.

Het gezin Van Voorst Vader woonde in Goes, maar verbleef ongeveer vijf maanden per jaar op Schoonoord. Hun oudste dochter, Henriëtte van Voorst Vader, heeft vele gedichten geschreven over Schoonoord als “aards paradijs”. In 1887 overleed mr. Willem Lodewijk (1842-1887), kantonrechter te Goes en zoon van Pieter Johannes van Voorst Vader en Johanna Adriana Fock, op Schoonoord. Het huis is daarna vermoedelijk verkocht.[5]

In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam Schoonoord in bezit van Hendrik Nikolaas baron Schimmelpenninck van de Oije (1862-1910), die in 1887 trouwde met Cecile Eugenie Maria gravin Dumonceau (1862-1935). [6]

Schoonoord is rond 1909 afgebroken. De Hollandsche Hoeve, met een totale oppervlakte van 83 hectare, is op 20 november 1913 verkocht, met het woonhuis, keet, schuur, wagenhuis, schaapskooi, arbeidershuizen, boomgaarden, bouw- en weilanden en dijken.

 



[1] J.H. de Stoppelaar, Willem III in Zeeland, gedenkboek van zijner majesteits verblijf in dat gewest 21-30 mei 1863, blz. 249 en 250

[2] J.A. Oostdijk, Goese inventarissen no. 17. Inventaris van de archieven van de hervormde gemeente van Goes (1577-1951), Goes, 1994, blz. 12

[3] Jacob Quirinus Cornelis noemde zich Peman Kakebeeke, naar zijn grootmoeder Quirina Cornelia Peman. De samengestelde naam maakt sindsdien deel uit van de familienaam van deze tak van de Kakebeekes

[4] A. Baart, ‘Veldnamen in de Mannee te Goes’, in De Spuije, Heemkundige Kring De Bevelanden, afl. 67, voorjaar 2006, blz. 12-15

[5] P.J.A. van Voorst Vader, ‘Mr. Pieter Iohannes van Voorst Vader’, in De Spuije, Heemkundige Kring De Bevelanden, afl. 44 1998, blz. 7-13

[6] Nederland’s Adelsboek, jg. 77 (1986)