Planschade

HOME  |  Planschade

Planschade

Planschade is het onvoorziene financiële nadelige verschil tussen het nieuwe en oude planologische regime.

Planschade kan men onder andere lijden ten gevolge van een herziening van een bestemmingsplan of een, ontheffingvan een bestemmingsplan. De planologische situatie in uw omgeving kan hierdoor zodanig veranderen dat u hierdoor benadeeld wordt. Zo kan bijvoorbeeld de waarde van uw woning of bouwwerk verminderen. In artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (zie www.wetten.overheid.nl voor de volledige wettekst) is bepaald dat  degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt een tegemoetkoming in die schade ontvangen.  Voor deze schade, die het gevolg is van een bepaalde procedure op grond van de Wet ruimtelijke ordening, kunt u bij het college van burgemeester en wethouders een schadeclaim indienen. De schadeclaim dient volgens de wet te worden gemotiveerd en een onderbouwing van de hoogte van het gevraagde bedrag te omvatten.

Aan het indienen van een aanvraag om planschadevergoeding is een recht van € 300,-- verschuldigd. Dit bedrag wordt teruggestort indien een bedrag aan planschade wordt toegekend. Daarnaast wordt de termijn voor het indienen van een aanvraag om planschadevergoeding beperkt tot vijf jaar na de planologische wijziging of het schadeveroorzakende besluit. Een verzoek om planschade kan pas worden ingediend nadat het bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit waarop de schade betrekking heeft onherroepelijk is. Onherroepelijk wil zeggen dat er geen mogelijkheid meer bestaat om bezwaar of beroep bij de rechtbank of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te stellen.

Juridische achtergrond
De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1. van de Wet ruimtelijke ordening Onderscheid wordt gemaakt tussen directe planschade en indirecte planschade.

Indirecte planschade heeft betrekking op schade die een eigenaar van een perceel lijdt doordat een bestemmingsplan ongunstige waardedrukkende ontwikkelingen in de naaste omgeving mogelijk maakt. Als voorbeeld kan genoemd worden een naastgelegen perceel met voorheen openbaar groen zonder bebouwingsmogelijkheden welke onder het nieuwe bestemmingsplan een woonbestemming met bebouwingsmogelijkheden heeft gekregen.

Directe planschade heeft betrekking op schade die een eigenaar lijdt doordat de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden op zijn eigen perceel worden beperkt. Als voorbeeld kan genoemd worden een perceel met voorheen een gemengde bestemming woon/winkel welke onder het nieuwe bestemmingsplan uitsluitend een woonbestemming heeft gekregen.

Wanneer wel en wanneer niet
In de praktijk bestaan er nogal wat misverstanden over de toepassing en de achtergrond van het instrument planschade. Stel dat een bestemmingsplan de mogelijkheid biedt een supermarkt op het weiland tegenover uw woning te realiseren. Het vrije uitzicht en de landelijke ligging gaan hiermee verloren. U vindt dat u door de nieuwbouwplannen recht heeft op planschadevergoeding.

Maar zo werkt het planschaderegeling niet. Volgens artikel 6.1 Wro heeft u recht op planschade als schade ontstaat als gevolg van de nadelige wijziging in het planologische regime; de maximaal toelaatbare bouw- en gebruiksmogelijkheden van de percelen. Om te meten of de wijziging van het planologische regime de gebruiksmogelijkheden van gronden in negatieve zin wijzigt, wordt een vergelijking gemaakt tussen het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ planologische regime. Daarbij gaat het niet om de feitelijke situatie, maar om wat planologisch maximaal kón worden gerealiseerd. Het is dus pas duidelijk of er recht is op planschade wanneer de ‘oude’ en ‘nieuwe’ planologische situatie naast elkaar worden gelegd.

In ons voorbeeld wordt in de nieuwe situatie mogelijk gemaakt dat een supermarkt op een weiland wordt gerealiseerd. Stel dat het oude bestemmingsplan “agrarisch gebied” en zodoende geen enkele bouwmogelijkheid aangaf, dan is sprake van een nadelige wijziging en is er mogelijk recht op schadevergoeding. Maar gaf het oude bestemmingsplan bijvoorbeeld de bestemming “detaihandel” aan, dan is er, naar verwachting géén sprake van een nadelige wijziging. Ondanks dat de woonomgeving er op achteruit gaat. En dat is de essentie van het instrument planschade: niet de feitelijke situatie, maar de planologische situatie is van belang.

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade

Het Bro verplicht gemeenten tot het vaststellen van een verordering waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt. Klik hier voor de verordering.
 

Om aan deze verplichting te voldoen is de verordening ‘ Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade’ opgesteld. De procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade is van toepassing in de volgende situaties:

  • op een aanvraag ingediend op of na 1 juli 2008 maar vóór 1 september 2010 in het geval de planologische maatregel onherroepelijk is geworden op of na 1 september 2005 maar vóór 1 juli 2008 van kracht is geworden, is de Wro van toepassing (met inbegrip van de verjaringstermijn, maar er is geen sprake van het forfait normaal maatschappelijk risico);
  • op een aanvraag ingediend op of na 1 juli 2008 maar vóór 1 september 2010 in het geval de planologische maatregel van kracht is geworden op of na 1 juli 2008, is de Wro onverkort van toepassing;
  • op een aanvraag ingediend op of na 1 september 2010 is de Wro in alle gevallen onverkort van toepassing.

Voor het aanvraagformulier 'Tegemoetkoming in planschade', klik HIER