Beleidsregels subsidies Samenleving gemeente Goes 2022

Hieronder vindt u de door het college vastgestelde beleidsregels subsidie Samenleving gemeente Goes 2022.

1. Subsidiëring peuteropvang en voorschoolse educatie

1. Onderwerp

Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie (VE).

2. Algemeen

Deze beleidsregels hebben betrekking op de subsidiering van de voorschoolse educatie aan peuters uit Goes vanaf de leeftijd van 2 jaar. De subsidie kan worden aangevraagd door aanbieders van peuteropvang die geregistreerd staan in het landelijke register kinderopvang (www.landelijkregisterkinderopvang.nl).

Subsidie kan worden verleend aan de Goese kinderopvangvoorziening, welke een voorschools programma aanbiedt voor reguliere peuteropvang (kinderen in de voorschoolse leeftijd) en/of voorschoolse educatie aan kinderen in de voorschoolse leeftijd met een indicatie voor deelname aan voorschoolse educatie (VE).

3. Beleidsdoelstelling

Peuteropvang en voorschoolse educatie worden voor iedereen financieel bereikbaar gemaakt en daarmee wordt een hoog bereik van de voor VE-geïndiceerde kinderen gerealiseerd. De subsidie draagt eraan bij dat kinderen zonder ontwikkelingsachterstand in groep 1 van het basisonderwijs kunnen beginnen.

De geïndiceerde peuters zijn kinderen die op de reguliere groep uitvallen op het gebied van spraak- en taalontwikkeling, sociale emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid, cognitieve ontwikkeling of gedrag. Regulier is peuteropvang voor maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar. Aanvullend hierop op wordt maximaal 8 uur voorschoolse educatie aangeboden (dus: 8 uur reguliere opvang plus 8 uur aanvullend aanbod).

4. Beoogd resultaat

  • Er wordt invulling gegeven aan een wettelijke taak op het gebied van peuteropvang en voorschoolse educatie.
  • Er is een dekkend aanbod peuteropvang voor alle peuters van 2 tot 4 jaar.
  • Er is een dekkend aanbod voor voorschoolse educatie voor geïndiceerde peuters.
  • Er starten minder kinderen met een achterstand aan het basisonderwijs.

5. Subsidievorm

De subsidie kan worden aangevraagd door aanbieders van peuteropvang die geregistreerd staan in het landelijke register kinderopvang (www.landelijkregisterkinderopvang.nl). Er wordt een jaarlijkse subsidie verstrekt gebaseerd op het aantal peuters in de peuteropvang, verdeeld over vier categorieën:

  • peuters zonder kinderopvangtoeslag en zonder een indicatie voor VE (A);
  • peuters met kinderopvangtoeslag en zonder een indicatie VE (B);
  • peuters zonder kinderopvangtoeslag maar wel met een indicatie voor VE (C);
  • peuters met kinderopvangtoeslag en met een indicatie voor VE (D).

Peuters/ouders worden in één van de vier categorieën ingedeeld. In onderstaande tabel is dit weergegeven.

  Niet VE-geïndiceerd (NVE)  VE-geïndiceerd (VE)
Geen recht op kinderopvangtoeslag (NKOT) A C
Recht op kinderopvangtoeslag (KOT) B D

De subsidieopbouw wordt toegelicht in de subsidiebeschikking.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

De specifieke subsidievoorwaarden worden opgenomen in de subsidiebeschikking en zijn mede afhankelijk van de subsidieaanvraag. Specifieke subsidievoorwaarden kunnen zijn: het aantal locaties voor peuteropvang en voorschoolse educatie, het aantal peuters, de deskundigheidsbevordering van de medewerkers, het voorschoolse programma waarmee wordt gewerkt en het inzetten van een hbo pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie.

7. Afwijkende regels

Aanvraag

De aanvrager dient bij de aanvraag naast de gegevens over de uren en aantal kinderen, ook een onderbouwing te voegen van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod.

Nieuwe aanvragers voegen bij de eerste subsidieaanvraag een jaarrekening en een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel toe.

Omdat de subsidiebijdrage per peuter afhankelijk is van aanspraak op kinderopvangtoeslag en afhankelijk is van een indicatie wordt deze informatie bij de aanvraag verstrekt. Voor de aanvraag is een specifiek voor deze beleidsregels vastgesteld formulier beschikbaar.

Verantwoording

De subsidie wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijke bezetting en de daadwerkelijk bestede uren per kind van het vooraf gestelde subsidietarief. Voor de subsidieverantwoording wordt een standaardformulier vastgesteld. Als bijlage bij dit formulier dienen de jaarstukken, waaronder een accountantsverklaring, te worden overgelegd.

Vóór 1 mei van het lopende kalenderjaar informeert de subsidieontvanger de gemeente door middel van een tussenrapportage. Deze tussenrapportage bevat per geplaatste peuter de volgende gegevens:

  1. klantnummer peuter/ouder(s)
  2. geboortedatum
  3. startdatum
  4. einddatum, indien relevant
  5. geïndiceerd of niet-geïndiceerd
  6. met kinderopvangtoeslag (KOT)/zonder kinderopvangtoeslag niet-KOT
  7. aanwezigheid inkomensverklaring (J/N)
  8. ouderbijdrage per uur

De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag. Dit kan het gevolg zijn van een lager aantal kinderen dan vooraf ingeschat was of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders. De subsidieverlening vindt plaats op basis van een gemiddeld inkomen en de vaststelling op basis van het daadwerkelijke inkomen en de in rekening gebrachte ouderbijdrage. Na vaststelling wordt met de aanvrager afgerekend en vindt – indien van toepassing – terugvordering of verrekening plaats.

Als uit de verantwoording blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het toegekende subsidiebedrag wordt de subsidie vastgesteld op het toegekende subsidiebedrag.

Als het bestuur van de kinderopvangvoorziening constateert dat in de loop van het kalenderjaar de toegekende subsidie ontoereikend is voor een voorschools aanbod, kan zij een herziening van het toegekende subsidiebedrag verzoeken bij de gemeente. Dit kan zijn als gevolg van een hoger aantal kinderen dan vooraf verwacht werd, of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders.

Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen heeft het college de bevoegdheid om na een eenmalig rappel over te gaan tot ambtshalve vaststelling.

Reserves

In afwijking van de ASV gelden hier geen regels voor de opgebouwde reserve. Omdat de hoogte van de subsidie wordt vastgesteld per kind en het hier een wettelijke taak betreft.

8. Verdeelregels

Jaarlijks stelt het college de maximale subsidiebijdrage per uur vast. Deze is gekoppeld aan de indexering van de landelijke kinderopvangtoeslagregeling en bestaat uit een inkomensafhankelijke component en een vaste component.

1. Inkomensafhankelijke subsidiebijdrage per uur

De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage is gelijk aan de kinderopvangtoeslag en geldt uitsluitend voor kinderen van ouders die geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag. De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage wordt vastgesteld op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag die elk jaar wordt vastgesteld.

2. Vaste subsidiebijdrage per uur

De vaste subsidiebijdrage per uur is een subsidiebijdrage die geldt voor alle kinderen en dient om de ouderbijdrage te dempen. Deze subsidiebijdrage dekt - tot een vastgesteld maximum uurtarief - het verschil tussen het kostendekkend uurtarief van de aanbieder en het normtarief voor de ouderbijdrage dat aanbieders bij ouders in rekening brengen.

Het maximum uurtarief voor de subsidiebijdrage (a.) bedraagt in 2022 € 11,66. Het normtarief voor de ouderbijdrage (b.) bedraagt in 2022 € 9,53. Deze bedragen worden jaarlijks door het college vastgesteld.

In onderstaande figuur is de opbouw van de subsidiebijdrage per uur nader toegelicht:

Toelichting subsidiebijdrage per uur.

2. Schoolbegeleiding

1. Onderwerp

Schoolbegeleiding.

2. Algemeen

Deze beleidsregels zijn van toepassing op schoolbegeleidingsdiensten die schoolbegeleiding aanbieden aan basisscholen gevestigd in een van de kernen van gemeenten Goes.

3. Beleidsdoelstelling

Doel van schoolbegeleiding is het doen van activiteiten ten behoeve van (de verbeteringsdoelen van) de schoolorganisatie of het onderwijs aan een school die dienen tot begeleiding, ontwikkeling, advisering, informatieverstrekking en evaluatie, activiteiten tot bevordering van een optimale schoolloopbaan van leerlingen en activiteiten ter uitvoering van het gemeentelijk onderwijs-en jeugdbeleid.

4. Beoogd resultaat

  • Het in het algemeen belang gezamenlijk verrichten of doen verrichten van schoolbegeleidingsactiviteiten in het kader van het kwaliteitsbeleid van de school, en ook de in de gemeente uit te voeren activiteiten in het kader van het lokaal (onderwijs- en jeugd) beleid van de gemeente.
  • Activiteiten in het kader van “onderwijsinnovatie” en “zorg en begeleiding algemeen”, gericht op een structurele verbetering van de onderwijskwaliteit. Hieronder wordt mede verstaan verbetering van de kwaliteit van leerkrachten (maar geen nascholing), het team en de onderwijs- en zorgstructuur van de school (niet voor individuele leerlingen).
  • De activiteiten kunnen worden verricht voor een bepaalde nader te noemen school, groep van scholen of kunnen een bovenschoolse functie hebben.

5. Subsidievorm

De subsidie wordt verleend voor vier jaar. Jaarlijks wordt een subsidieaanvraag ingediend met daarin een concretisering wat wordt gedaan, met welk resultaat en voor hoeveel leerlingen. Deze wordt per kalenderjaar vastgesteld.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Nadere afspraken over de uitvoering van deze regeling en de uitvoering van de schoolbegeleiding worden vastgelegd in een beschikking en Convenant Subsidie Schoolbegeleiding.

7. Afwijkende regels

De aanvraag voor subsidie op grond van de beleidsregels schoolbegeleiding dient jaarlijks voor

1 oktober, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te worden ingediend vergezeld van een onderbouwde begroting met toelichting.

Een verzoek tot vaststelling van de subsidie dient jaarlijks voor 1 mei van het jaar dat volgt het betrokken kalenderjaar ingediend te worden. Deze aanvraag tot vaststelling dient vergezeld te gaan van een jaarrekening voorzien van een accountantsverklaring (indien vereist), een jaarverslag en een eindrapportage bestaande uit een inhoudelijke verantwoording, een door de scholen bekrachtigde verklaring dat de diensten in overeenstemming met de overeenkomst zijn geleverd, een financiële verantwoording in overeenstemming met het door de gemeente en de schoolbegeleidingsdienst overeengekomen format, de resultaten van de effectmeting.

8. Verdeelregels

Het jaarlijks in de gemeentebegroting opgenomen bedrag voor schoolbegeleiding wordt verdeeld tussen de schoolbegeleidingsdiensten. De verdeling vindt plaats naar rato van het aantal leerlingen dat op teldatum voorafgaand aan het jaar van exploitatie stond ingeschreven op de door deze schoolbegeleidingsdiensten te begeleiden basisscholen in de gemeente.

3. Jeugd

1. Onderwerp

Jeugd.

2. Algemeen

Deze beleidsregels hebben betrekking op subsidiering van activiteiten voor en door jongeren tot 23 jaar die woonachtig zijn in de gemeente Goes.

3. Beleidsdoelstelling

De missie van het jeugdbeleid is dat we willen dat jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien en hun talenten en mogelijkheden kunnen benutten.  We willen ouders, jongeren en initiatieven rondom jongeren faciliteren, ondersteunen, stimuleren en zo nodig zelf initiëren. Dit doen we aan de hand van de volgende uitgangspunten:

  • Mogelijk maken dat jongeren kansen en talenten ontdekken en benutten;
  • Hulp en ondersteuning zo veel en zo vroegtijdig als mogelijk in de eigen omgeving;
  • Inzet voor jongeren op elkaar afstemmen en verbinden;
  • De jongere is leidend bij het bepalen wat nodig is;
  • Eigen kracht van jongere en zijn omgeving benutten en versterken;
  • Door te investeren in kwaliteit, efficiënter omgaan met beschikbare middelen;
  • Lokale initiatieven de ruimte geven.

Dit doen we binnen de domeinen gezondheid, veiligheid en talent.

4. Beoogd resultaat

  • Het stimuleren van activiteiten voor jeugd en jongeren tot 23 jaar.
  • Jeugd en jongeren uit de gemeente in de leeftijd van 12 tot 23 jaar stimuleren om zelf een activiteit te bedenken en te organiseren op het gebied sport, kunst & cultuur, educatie en/of natuur of talentontwikkeling

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar of een incidentele subsidie met een maximumbedrag van €5.000,- per aanvraag.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

  • Het project moet voor meerdere leeftijdscategorieën geschikt zijn, waarbij meegenomen wordt of er al veel voor deze doelgroep gedaan c.q. georganiseerd wordt.
  • Een eigen bijdrage van minimaal 20% in de kosten is verplicht. Deze kan ook bestaan uit het beschikbaar stellen van een ruimte of de inzet van personeel.

7. Afwijkende regels

Niet van toepassing.

8. Verdeelregels

Incidentele subsidies worden verleend op basis van volgorde van ontvangst van de aanvraag.

4. Amateurkunst

1. Onderwerp

Amateurkunst.

2. Algemeen

Deze beleidsregels zijn gericht op niet beroepsmatige voorzieningen en activiteiten in Goes op het terrein van muziek, zang, dans, toneel, audiovisuele kunst, beeldende kunst of literatuur, gericht op het tonen van een in groepsverband bereikt product.

3. Beleidsdoelstelling

  • Versterken van de actieve en passieve deelname aan cultuur.
  • Streven naar de vergroting van de deelname van een jong en divers publiek, waarbij vooral de aandacht ligt op cultuureducatie.
  • Streven naar meer samenwerking tussen de culturele instellingen onderling.

4. Beoogd resultaat

Het beoogde resultaat is tweeledig:

  • Een breed en divers aanbod van amateurkunst met openbare optredens, manifestaties en uitvoeringen.
  • Een levendig verenigingsleven met behoud van leden.

5. Subsidievorm

Er wordt een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar verstrekt.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient een organisatie:

  1. aangesloten te zijn bij een landelijke of regionale overkoepelende organisatie. Hiervoor kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen;
  2. minimaal één jaar actief te bestaan voorafgaand aan de eerste subsidieaanvraag;
  3. indien het een nieuwe organisatie betreft, een meerwaarde te zijn voor het huidige culturele aanbod. Dit wordt ter advisering voorgelegd aan de Culturele Raad.
  4. een contributie te vragen aan de leden tot 18 jaar van tenminste € 60 per jaar, voor leden van 18 en ouder een contributie van tenminste € 120 per jaar.
  5. gevestigd te zijn binnen de gemeente Goes en haar repetities / bijeenkomsten / activiteiten in Goes te organiseren;
  6. voor categorie d (zie punt 8) tenminste 7 actieve leden te hebben, voor de andere categorieën tenminste 15 actieve leden;
  7. van de actieve leden van een lokale vereniging is tenminste 70% woonachtig in gemeente Goes, bij een vereniging met een regionaal verzorgingsgebied tenminste 30% en bij een vereniging met een provinciaal verzorgingsgebied tussen de 10% en de 30%.
  8. bij de subsidieaanvraag een ledenlijst te overleggen. Op deze lijst dient het aantal actieve leden, voorzien van postcode en geboortedatum, per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd te worden vermeld.
  9. op verzoek van de gemeente tenminste eenmaal per jaar een openbare uitvoering in de gemeente te verzorgen,

Ontheffing van maximaal één van de criteria is bij uitzondering mogelijk. Het college is bevoegd tot het verlenen van ontheffing.

7. Afwijkende regels

Niet van toepassing.

8. Verdeelregels

Bij de berekening van de subsidie gaat het college uit van het aantal actieve leden op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Verder wordt voor de berekening van de subsidie gewerkt met onderstaande categorieën:

  1. Muziekverenigingen, drumbands en majoretteverenigingen
  2. Zangverenigingen of –gezelschappen en koren
  3. Opera- en operetteverenigingen of –gezelschappen, musicalverenigingen
  4. Toneel- en cabaretverenigingen of –gezelschappen
  5. (Volks)Dansverenigingen of –gezelschappen
  6. Overige gezelschappen en organisaties

De basissubsidie kan, afhankelijk van de categorie, uit de volgende onderdelen bestaan een:

  1. bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten
  2. bijdrage in de vergoeding / het honorarium van de dirigent, regisseur of docent; deze dient geschoold te zijn
  3. bijdrage per instrument per lid
  4. bijdrage voor uniformen per lid (kledinggeld).
  5. bijdrage voor actieve jeugdleden

Met betrekking tot de subsidie voor uniformen geldt dat deze alleen bestemd is voor leden die de uniformen daadwerkelijk nodig hebben voor de uitvoeringen. Op basis van de combinatie categorie en de onderdelen waaruit de basissubsidie kan bestaat, kan de totale subsidie worden vastgesteld.

De subsidie voor de categorie a (muziekverenigingen, drumbands en majoretteverenigingen) bestaat uit de onderdelen:

a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten;

€    860 voor een vereniging van 15 tot 18 leden;

€ 1.282 voor een vereniging van 18 tot 35 leden;

€ 1.610 voor een vereniging van 35 of meer leden;

b. € 60 een bijdrage per bespeeld instrument per lid.

c. € 28 een bijdrage per actief lid in het kledinggeld.

d. als 50% van de betalende actieve leden jonger is dan 24 jaar, € 30 per actief jeugdlid.

De subsidie voor de categorie b (zangverenigingen of –gezelschappen en koren)

Bestaat uit de onderdelen:

a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten;

€    860 voor een vereniging van 15 tot 18 leden;

€ 1.282 voor een vereniging van 18 tot 35 leden;

€ 1.610 voor een vereniging van 35 tot 50 leden;

€ 2.574 voor een vereniging van minimaal 50 leden;

b. 25% van de vergoeding van de dirigent, regisseur of docent tot maximaal € 1.250.

c. als 50% van de betalende actieve leden jonger is dan 24 jaar, € 30 per actief jeugdlid.

De subsidie voor de categorie c (opera- en operetteverenigingen of –gezelschappen, musicalverenigingen) bestaat uit de onderdelen:

a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten;

€    860 voor een vereniging van 15 tot 18 leden;

€ 1.282 voor een vereniging van 18 tot 35 leden;

€ 1.610 voor een vereniging van 35 tot 50 leden;

€ 2.574 voor een vereniging van minimaal 50 leden;

b. 25% van de vergoeding van de dirigent, regisseur of docent tot maximaal € 1.250.

c. als 50% van de betalende actieve leden jonger is dan 24 jaar, € 30 per actief jeugdlid.

De subsidie voor de categorie d (toneel- en cabaretverenigingen of –gezelschappen) bestaat uit de onderdelen:

a. een bedrag per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten;

€ 450 voor een vereniging van 7 tot 18 leden;

€ 700 voor een vereniging van minimaal 18 leden;

b. als 50% van de betalende actieve leden jonger is dan 24 jaar, € 30 per actief jeugdlid.

De subsidie voor de categorie e ((volks)dansverenigingen of –gezelschappen) bestaat uit de onderdelen:

a. € 860 per vereniging, als tegemoetkoming in de algemene kosten;

c. € 28 per actief lid als bijdrage in het kledinggeld.

De subsidie voor de categorie f is gericht op overige gezelschappen en organisaties. Dit betreffen de volgende organisaties. Voor deze organisaties is een vaste basissubsidie vastgesteld die jaarlijks wordt geïndexeerd:

Commissie Manhuistuinconcerten € 950

Stichting Goese Beiaard € 950

Stichting Muziek in de Grote Kerk € 950

5. Integratie

1. Onderwerp

Integratie (subsidie Stichting Variant).

2. Algemeen

Deze specifieke beleidsregel is van toepassing op subsidies voor activiteiten die zich richten op integratie en participatie van minderhedengroeperingen in de Goese samenleving waarbij de (coördinatie van de) uitvoering ligt bij Stichting Variant.

3. Beleidsdoelstelling

Bevordering van de integratie en participatie van minderhedengroeperingen in de Goese samenleving.

4. Beoogd resultaat

Een breed aanbod van activiteiten die bijdragen aan de hierboven genoemde doelstellingen, georganiseerd door diverse organisaties uit de breedte van de Goese samenleving.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar aan de Stichting Variant.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

De specifieke subsidievoorwaarden zijn vastgelegd in het convenant ‘Geïntegreerd in Goes’ dat de gemeente heeft gesloten met de stichting Variant.

7. Afwijkende regels

Niet van toepassing.

8. Verdeelregels

Voorrang hebben die activiteiten die aantoonbaar de grootste bijdrage leveren aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen.

6. Ouderensozen

1. Onderwerp

Ouderensozen.

2. Algemeen

Deze specifieke beleidsregels gaan over subsidies voor ontmoetingsactiviteiten die voor ouderen in de gemeente Goes worden georganiseerd. Deze beleidsregels hebben in eerste instantie betrekking op het in stand houden van de bestaande ouderensozen. Het betreft hier niet het ouderenwerk van SMWO of een wijksteunpunt. Deze beleidsregels hebben ook tot doel om de oude subsidieverdeling, die historisch zo tot stand is gekomen, eenduidig en transparant te maken waardoor voor alle ouderensozen dezelfde regels gaan gelden.

3. Beleidsdoelstelling

Ouderen kunnen elkaar in de eigen buurt ontmoeten door gezamenlijke activiteiten te organiseren en te ondernemen. Daardoor kunnen ouderen actief blijven en wordt sociaal isolement voorkomen.

4. Beoogd resultaat

Het stimuleren van laagdrempelige deelname van ouderen aan de ouderensozen en het bevorderen van een breed aanbod van activiteiten vanuit de ouderensozen dat aansluit bij hun vraag en behoefte.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Er wordt subsidie verstrekt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. de ouderensoos kreeg al in het voorgaand jaar subsidie van de gemeente Goes;
  2. de ouderensoos heeft tenminste 15 leden (peildatum 1 januari van het voorafgaande jaar);
  3. de ouderensoos zorgt jaarlijks voor eigen middelen. Dit bedrag is minimaal een kwart van de subsidie waar de ouderensoos in het betreffende jaar recht op heeft;
  4. de leden zijn 60 jaar of ouder;
  5. tenminste de meerderheid van het aantal leden (de helft plus 1) is woonachtig in het dorp of de wijk waarin de ouderensoos gevestigd is.  De overige leden moeten om te kunnen meetellen voor de bepaling van het aantal leden waarop de subsidie wordt gebaseerd, in de gemeente Goes woonachtig zijn.

Voor bovenstaande regels geldt het principe van pas toe of leg uit. Dit houdt in dat het uitgangspunt is dat deze regels worden toegepast. Als dit niet wenselijk of mogelijk is, gelet op de beleidsdoelstellingen die met de subsidie beoogd worden, kan hiervan worden afgeweken. In de aanvraag moet dit gemotiveerd uitgelegd worden, dit ter beoordeling van het college.

7. Afwijkende regels

Als de ouderensoos geen rechtspersoon is, zorgt men ervoor dat onder de deelnemers minimaal een voorzitter, secretaris/penningmeester zijn aangewezen en de begroting en de rekening met elkaar besproken wordt.

8. Verdeelregels

Iedere ouderensoos ontvangt jaarlijks een vast bedrag van € 750 per dagdeel, dat de soos wekelijks geopend is, met een maximum van € 2.250. Ook ontvangt iedere ouderensoos jaarlijks een bedrag dat afhankelijk is van het aantal leden, te weten:

  • € 500    bij 15 tot 25 leden
  • € 750    bij 25 tot 35 leden
  • € 1.000 bij 35 tot 50 leden
  • € 1.250 bij 50 of meer leden

7. Buurtbonus

1. Onderwerp

Buurtbonus.

2. Algemeen

Deze beleidsregels hebben betrekking op het verstrekken van subsidie aan bewoners (of een bewonersorganisatie) in een straat, buurt, wijk of dorp in de gemeente Goes voor het uitvoeren van activiteiten die de leefbaarheid verbeteren.

3. Beleidsdoelstelling

Ideeën van bewoners om te leefbaarheid in de wijk of dorp te verbeteren, financieel te stimuleren. Dit moet ertoe leiden dat een activiteit die bijdraagt aan de leefbaarheid in de wijk of het dorp daadwerkelijk kan plaatsvinden.      

4. Beoogd resultaat

Activiteiten of voorzieningen die de leefbaarheid in de wijk of dorp vergroten.

5. Subsidievorm

Eenmalige subsidie per activiteit.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

  • De activiteit moet bijdragen aan de leefbaarheid, de sociale ontmoeting of de zelfredzaamheid van de bewoners van de straat, buurt of wijk.
  • Kosten van representatie, consumpties en maaltijden komen niet voor subsidie in aanmerking.
  • De voorziening mag niet in strijd zijn met een toekomstig of bestaand plan of programma van de gemeente.
  • De activiteit moet door de eigen bewoners worden uitgevoerd. 
  • Het draagvlak voor de activiteit moet bij de aanvraag gemotiveerd worden (bijvoorbeeld met een handtekeningenlijst).
  • De activiteit mag niet in strijd zijn met de wet, het gemeentelijk beleid of aanstootgevend of kwetsend voor bepaalde inwoners zijn.
  • De activiteit mag geen overlast of hinder veroorzaken.

7. Afwijkende regels

De aanvraag moet met behulp van het hiervoor vastgestelde aanvraagformulier, uiterlijk zes weken voor aanvang van de activiteit worden ingediend.

Er wordt binnen vier weken beslist op de aanvraag om subsidie.

8. Verdeelregels

Het bedrag dat ten hoogste per activiteit verleend kan worden bedraagt € 1.000.

Tot 1 juli wordt rekening gehouden met een reservering van € 1.000 totaal per wijk of dorp.

Daarna worden aanvragen op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

8. Wijk- en dorpsbudget en het bewonersorganisatiebudget

1. Onderwerp

Wijk- en dorpsbudget en het bewonersorganisatiebudget.

2. Algemeen

Deze beleidsregels hebben betrekking op het verstrekken van een subsidie aan een bewonersorganisatie in een wijk of dorp in de gemeente Goes voor het realiseren van voorzieningen die de leefbaarheid verbeteren.

3. Beleidsdoelstelling

Bewonersorganisaties financieel ondersteunen bij het realiseren van voorzieningen in de wijk of het dorp die de leefbaarheid verbeteren.

4. Beoogd resultaat

Het realiseren van voorzieningen in de wijk of het dorp die de leefbaarheid verbeteren.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Niet van toepassing

7. Afwijkende regels

Bewonersorganisatiebudget

In januari wordt het bewonersorganisatiebudget voor dat jaar verleend. De vaststelling en vervolgens de betaling van dit budget vindt plaats na het indienen van het overzicht van de gemaakte kosten en het uitgegeven wijknieuws of dorpsbladen over het voorgaande kalenderjaar.

Wijk- en dorpsbudget

In januari wordt voor dat jaar ook het wijk- of dorpsbudget vastgesteld. Dit wordt bijgeschreven op de hiervoor vastgestelde begrotingspost in de gemeentelijke begroting.

Het jaarlijks toegekende wijk- of dorpsbudget kan op verzoek gereserveerd worden voor het kunnen doen van uitgaven die het jaarlijkse budget overstijgen.

Als de bewonersorganisatie van de toegekende middelen een uitgave wil doen kan het een aanvraag indienen door middel van het hiervoor opgestelde aanvraagformulier.

8. Verdeelregels

Bewonersorganisatiebudget

Aan elke bewonersorganisatie wordt een organisatiebudget toegekend van maximaal € 1.300.

Dit als vergoeding van overheadkosten en kosten voor public relations.

De vergoeding van de overheadkosten bedraagt maximaal € 450.

De vergoeding voor public relations bedraagt € 350 per uit te geven wijknieuws of dorpsblad, dit met een maximum van € 650.

Wijk- en dorpsbudget

Aanvullend wordt het resterende bedrag dat voor dit doel beschikbaar is verdeeld over de bewonersorganisaties in de wijken en de dorpen. Deze verdeling vindt plaats aan de hand van het inwonersaantal per wijk of dorp per 1 december van het voorafgaande jaar.

9. Wijk- en dorpsaccommodaties

1. Onderwerp

Beheer wijk- en dorpsaccommodaties.

2. Algemeen

Deze specifieke beleidsregels gaan over subsidies voor het beheer van de onderstaande wijk- en dorpsaccommodaties:

  • Amicitia in Kloetinge
  • Heer Arendhuis in ’s Heer Arendskerke
  • Heer Hendrikhuis in ’s Heer Hendrikskinderen
  • Katshuis in Kattendijke
  • Wilhelminahuis in Wilhelminadorp
  • De Pit in Goes-Zuid
  • Jan Ligthart in Goes-Oost
  • De Westkant in Goes-West

Bovengenoemde accommodaties zijn in beheer bij beheerstichtingen die voor dat doel zijn opgericht. Deze kunnen een jaarlijkse subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de kosten van het beheer. Voor de hoogte van de subsidie wordt verwezen naar punt 8.

3. Beleidsdoelstelling

Het faciliteren (door het uitvoeren van het dagelijks beheer en beschikbaar stellen/verhuren van de wijk- en dorpsaccommodaties) van ontmoetingsactiviteiten voor met name inwoners.

Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan de uitgangspunten van Goes voor Elkaar.

4. Beoogd resultaat

Het in stand houden van een wijk- of dorpsaccommodatie waar ontmoeting centraal staat en op deze manier het langer zelfstandig thuis wonen wordt ondersteund, eenzaamheid wordt tegengegaan en inwoners geholpen worden met het vergroten van hun netwerk.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Er wordt subsidie verstrekt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. bij het in gebruik geven of verhuren dient voorrang te worden verleend aan activiteiten voor en door de inwoners van de wijk of het dorp waar de accommodatie is gevestigd;
  2. een voordelig (jaar)exploitatiesaldo dient aangewend te worden ter verbetering van het gebouw of de inventaris;
  3. met de verantwoording/jaarrekening dient inzicht te worden gegeven in het gebruik  en de bezetting  van het afgelopen jaar;
  4. met de subsidieaanvraag dient een overzicht meegezonden te worden van de stand van alle reserves en voorzieningen;
  5. met de subsidieaanvraag dient een onderhoudsplanning voor de accommodatie meegezonden te worden waaruit blijkt wanneer welk onderhoud is gepland.

7. Afwijkende regels

Voor het aanvragen van deze subsidie moet gebruik gemaakt worden van het hiervoor beschikbare formulier.

8. Verdeelregels

De subsidie wordt bepaald op basis van het bedrag uit het voorgaande jaar waarop een indexering wordt toegepast. Voor de indexering wordt aangesloten bij de indexering van de gemeentebegroting voor het betreffende jaar.

10. Kleedaccommodaties buitensport

1. Onderwerp

Kleedaccommodaties buitensport.

2. Algemeen

Deze beleidsregels hebben betrekking op het subsidiëren van kleedaccommodaties voor buitensport in de gemeente Goes. Niet geprivatiseerde buitensportverenigingen die velden van de gemeente huren komen op basis van de Sportnota in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie voor hun kleedkamers.

3. Beleidsdoelstelling

De gemeente Goes streeft een goede kwaliteit na van de sportaccommodaties en heeft besloten om onder strikte voorwaarden sportverenigingen financieel tegemoet te komen bij het onderhoud van de kleedaccommodaties. Deze laatste zijn het eigendom van de sportverenigingen zelf.

4. Beoogd resultaat

Op de langer termijn kwalitatief betere kleedaccommodaties waarbij goed gestuurd wordt op het noodzakelijke onderhoud zodat accommodaties in ieder geval de beoogde levensduur ook halen.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

  • Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de sportvereniging een aanvraag voor subsidie in te dienen. Dit kan niet eerder dan dat de controle van het voorgaande jaar heeft plaatsgevonden. Sportverenigingen kunnen daarom ook een aanvraag voor subsidie indienen van januari t/m juni van datzelfde jaar.
  • Alvorens een aanvraag voor subsidie wordt toegekend dient de sportvereniging een goedgekeurde 5-jaren onderhoudsplanning aan te leveren.
  • De sprotverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het regulier onderhoud van de sportaccommodaties.
  • De sportvereniging stelt de gemeente in staat om jaarlijks inspecties uit te voeren, waarbij beoordeeld wordt of de onderhoudsplanning aan zijn onderhoudsverplichting voldoet; op basis van het goedkeuringsbesluit na dit bezoek van de gemeente wordt de voorlopig verstrekte subsidie definitief vastgesteld.
  • Als bij de controle blijkt dat de sportvereniging niet voldaan heeft aan haar onderhoudsplicht krijgt de sportvereniging drie maanden de tijd om alsnog aan haar verplichting te voldoen. Op basis van een tweede controlemoment wordt al dan niet besloten de voorlopig verstrekte subsidie alsnog vast te stellen.
  • De sportvereniging stelt een door de gemeente aangewezen derde in staat om periodiek een Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) op te stellen.

7. Afwijkende regels

Geprivatiseerde sportverenigingen komen niet voor subsidie in aanmerking.

8. Verdeelregels

Jaarlijkse exploitatiesubsidie.

Bedrag per kleedkamer op basis van standaardregel aantal kleedkamers per speelveld (en dus niet op basis van aantal aanwezige kleedkamers). Voor de totale subsidie is 59% exploitatiesubsidie en 41% onderhoudsvergoeding. Jaarlijks vindt een indexatie plaats van dit subsidie op basis van de VZG-norm.

11. Sportstimulering voor mensen met een beperking

1. Onderwerp

Sportstimulering voor mensen met een beperking.

2 Algemeen

Deze specifieke beleidsregels zijn van toepassing op organisaties die een structureel wekelijks sportaanbod hebben voor mensen met een beperking. De activiteiten moeten plaatsvinden in de gemeente Goes plaatsvinden en hebben vooral ten doel sport en bewegen te bevorderen. Topsport, sport- en beweegtherapie en sportevenementen vallen dus niet onder deze subsidieregels.

3. Beleidsdoelstelling

Het bevorderen van sportdeelname van Goese inwoners met een beperking.
De gemeente is gebaat bij sportaanbieders die vitaal, deskundig, daadkrachtig en ondernemend
zijn. Daarnaast is de gemeente gebaat bij sportaanbieders die inzetten op hun maatschappelijke rol.
Samenwerking als instrument om nieuwe mensen te werven en het aanbod onder de aandacht te brengen van de doelgroep is een verplichting en moet aantoonbaar zijn.

4. Beoogd resultaat

Er is een variatie aan sport- en beweegaanbod voor mensen met een beperking.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

  • De organisatie moet op 1 januari van het jaar waarin subsidie wordt aangevraagd minstens
    20 Goese contributie betalende leden hebben, aantoonbaar op woonadres.
  • De contributie moet voor jeugdleden minimaal € 80 bedragen op jaarbasis en voor
    seniorenleden minimaal € 120.
  • De activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet op Goes bewegen en op het platform Uniek sporten zijn aangemeld en de aanvragende partij moet actief deelnemen aan een communicatie item voor Goes bewegen.
  • De organisatie kan aantoonbaar maken dat er samen wordt gewerkt met lokale organisaties die de doelgroep bereikt.

7. Verdeelregels


De subsidie voor organisaties die een sportaanbod hebben voor mensen met een fysieke of mentale beperking of chronische aandoening wordt afgemeten aan de omvang van het aantal actieve deelnemers. De subsidie is bedoeld als tegemoetkoming in de meerkosten die de organisatie van sport- en beweegactiviteiten voor bijzondere doelgroepen met zich meebrengt. Er wordt uitgegaan van de volgende verdeling:

  • 10 - 20 actieve deelnemers max. € 300
  • 21 - 30 actieve deelnemers max. € 600
  • 31 - 40 actieve deelnemers max. € 900

41 of meer actieve deelnemers max. € 1.500
 

12. Subsidiëring initiatieven beweegvisie

1. Onderwerp

Initiatieven ten behoeve van doelstellingen Beweegvisie 2019-2023.

2. Algemeen

Deze beleidsregels hebben betrekking op de subsidiering van activiteiten die overeenkomen met de doelstellingen van de Beweegvisie van de gemeente Goes. De subsidie kan worden aangevraagd door aanbieders van sport- en bewegen in de gemeente Goes en voor inwoners uit de gemeente Goes. Subsidie kan worden verleend aan een sportaanbieder, welke een initiatief heeft die invloed heeft op de doelstelling vanuit de Beweegvisie van de gemeente Goes.

3. Beleidsdoelstelling

Sportaanbieders leveren een bijdrage aan een vitale samenleving. De subsidie draagt eraan bij dat mensen méér bewegen, méér mensen gaan bewegen en kinderen motorisch vaardig kunnen opgroeien.

4. Beoogd resultaat

Initiatieven moeten minimaal op één, liever op meerdere van de doelstellingen van de Beweegvisie 2019-2023 effect hebben.

5. Subsidievorm

Het is een incidentele subsidie met een maximaal bedrag van € 5000 per aanvraag. Een subsidieaanvraag voor een eenmalige subsidie moet uiterlijk acht weken voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd, zijn ingediend. Deze wordt direct verleend en vastgesteld. Het college kan steekproefsgewijs verantwoording vragen van de subsidieontvanger.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Specifieke subsidievoorwaarden staan opgesteld in het document “criteria stimuleringssubsidie Beweegvisie”

Hieraan wordt het initiatief getoetst en de hoogte bepaald van de subsidie. Deze wordt vastgesteld in een beschikking. Iedere subsidieontvanger communiceert zijn aanbod op de sociale media met #goesleertjebewegen en communiceert in zijn uitingen de ondersteuning van Goes leert je bewegen.

7. Afwijkende regels

Niet van toepassing.

13. Verslavingspreventie

1. Onderwerp

Verslavingspreventie.

2. Algemeen

Deze beleidsregels zijn van toepassing op organisaties die in de gemeente Goes interventies uitvoeren voor preventie van alcohol-, tabak- en/of drugsgebruik door jongeren en het herkennen en terugdringen van problematisch alcoholgebruik bij 55-plussers.

3. Beleidsdoelstelling

Verslavingspreventie is een van de speerpunten in de gezondheidsnota. De raad heeft daarnaast een lokaal plan van aanpak preventie alcohol, drugs en tabak vastgesteld. De vijf belangrijkste preventiedoelstellingen van dit plan van aanpak zijn:

  1. Tegengaan en terugdringen van alcoholgebruik door jongeren onder de 18 jaar;
  2. Tegengaan van risicovol/schadelijk alcoholgebruik door jongeren van 18 tot en met 23 jaar;
  3. Herkennen en terugdringen van problematisch alcoholgebruik bij 55- plussers;
  4. Tegengaan en terugdringen van problematisch gebruik van genotsmiddelen (zoals drugs, lachgas) onder jongeren;
  5. Realiseren van een rookvrije generatie in 2040.

Om deze doelstellingen te bereiken zetten we in op voorlichting en educatie en richten ons op versterking van draagvlak, geven van informatie en ondersteuning waar nodig. Daarnaast zetten we in op vroegtijdig signaleren van dreigende problematiek.

4. Beoogd resultaat

Initiatieven moeten minimaal op één van de bovenstaande doelstellingen effect hebben.

5. Subsidievorm

Een jaarlijkse subsidie per kalenderjaar.

6. Specifieke subsidievoorwaarden

Bij de uitvoering van de interventies moet worden uitgegaan van het volgende:

  • De lokale activiteiten vormen een aanvulling op de regionale activiteiten;
  • Jongeren tot en met 23 jaar zijn de hoofdoelgroep;
  • Voor de doelgroep 55- plussers dient aangesloten te worden bij de provinciale aanpak van “Laat zet niet verzuipen”;
  • De activiteiten dienen plaats te vinden in de verschillende domeinen (zowel school, vrije tijd als het gezin);
  • De activiteiten bestaan niet alleen uit voorlichting en educatie, maar bevatten ook onderdelen deskundigheidsbevordering voor intermediairs en er is specifiek aandacht voor het betrekken van en voorlichting aan ouders.

7. Afwijkende regels

Niet van toepassing.

8. Verdeelregels

Op volgorde van ontvangst subsidieaanvraag.