De laatste keer dat ik pannenkoeken door de lucht zag vliegen was in stadion Galgenwaard. Die werden vanaf de tribune op de dug out van Ajax gegooid. Op de bank zat toen Marco van Basten, het was twee weken nadat de toenmalige trainer van 020 in de Arena was uitgemaakt voor pannenkoek na verlies tegen Heerenveen. De Utregtse naam voor deze club zal ik hier niet noemen. Nu vlogen de pannenkoeken op de Grote Markt door de lucht. Met het gehele college bakken voor War Child van radio 538. In de avond het glazen huis en een optreden van Racoon. € 1250,- konden we overhandigen. En gezellige drukte op de markt, als je niks organiseert gebeurt er ook niks.
In het Ambachtscentrum bij de Hollandsche Hoeve wordt keramiek gebakken, getimmerd, gestoffeerd, gevilt, geweefd, ijzer en edelmetalen gesmeed, kaarsen gemaakt en modellen gebouwd. En dan vergeet ik de fluitenbouwer, knip- en reliëfkunst en sieraden uit rubber nog. En dat is niet oubollig, gewoon ontzettend leuk om te zien. Je kunt er op zaterdagmiddag over de hoofden lopen, jong en oud zijn er. Zeker zo'n smederij is fascinerend. Men is een travaille aan het maken, een zogenaamde hoefstal. Die stonden vroeger in veel dorpen voor of bij de smid op straat om de zware trekpaarden te kunnen beslaan. In het Zeeuws is het stravalje, een verbastering van de Franse aanduiding. Ik leer dat Napoleon de hoefstal heeft geïntroduceerd. De paarden die in zijn legers de kanonnen trokken kon je niet met de hand beslaan. Ik nodig me niet snel uit voor evenementen, maar voor de ingebruikname van dit travaille wel. Het bestuur van het Ambachtscentrum begrijpt het gelukkig.
De Koninklijke Hollestelle begon ooit in 1874 als hoefsmederij in Goes. Later werden het rijtuigen, kachels en reparatie aan motoren. Nu is het een modern bedrijf. De zesde generatie, mevrouw Danny Hollestelle, leidt het cluster van technische bedrijven, nu vooral een constructiewerkplaats en machinefabriek. Er staat geen aambeeld meer, maar wel walsen en draaibanken. Het predikaat "Koninklijk" dat men al in 1975 ontving wordt bestendigd. En daar mag het bedrijf én de gemeente trots op zijn.
Tenslotte nog iets academisch over burgers en ambtenaren. Die begrijpen elkaar vaak niet, er gaapt een brede kloof. De bewoner wantrouwt ambtenaren en hun regels en ambtenaren vinden bewoners dan weer kritisch, cynisch en onwetend. Terwijl die bewoners en ambtenaren wel het beste voor hebben met bijvoorbeeld de straat of de buurt. Maar er is hoop: "er komt een horizontale kopgroep van ambtenaren die proactief werken aan de band met burgers" Dit allemaal volgens het rapport Zelf Vertrouwen van de Nationale Denktank. Er komt een pilot. Ik zou zeggen laat die kopgroep eens gaan smeden, timmeren of stofferen. Laat je handen spreken!


